Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgenden morgen begaf zich Pontius naar het slot, waar zij vonden Oriant en Beatrijs, Rosse en Esmeri en vele anderen. Esmeri bracht hem vervolgens naar het klooster, n.aa.r den ede5en Helias, die blijde was om de goede tijdingen, die hij hoorde van zijne vrouw Clarisse en zijne dochter IJda.

Toen vroeg hem Pontius:

„Geef mij een teeken, welk mij bewijzen kan voor mijne gebiedster, de hertogin Clarisse, dat ik u heb gesproken."

Als bewijs schonk hem Helias zijn trouwring, en hij gaf groote geschenken mede voor Clarisse, zijne vrouw, en IJda, zijne dochter, en ook gaf hij rijke geschenken aan den bode Pontius en den geestelijke, die hem vergezelde. Vervolgens namen zij afscheid van elkander en Pontius, de bode, kwam juist op Hemelvaartsdag aan in Bouillon.

Hij verhaalde hier Clarisse, dat hij Helias had gevonden, den zoon van den edelen koning Oriant, en de edele koningin Beatrijs: een koningszoon van een aanzienlijk geslacht was hij dus. Pontius toonde den trouwring, en de hertogin geloofde dit bewijs. Vol verlangen was ze, om Helias nog eens te zien, en met hare dochter, IJda, reisde ze naar 't klooster, waar hij woonde.

Ziek lag Helias te bedde, en lang zou de edele hertogin, Clarisse, niet bij hem blijven, want hij stierf korten tijd daarna. De hertogin weende om hem, en zoo groot was hare smart, dat ook zij stierf. Toen keerde IJda, hare dochter, naar haren gemaal terug, en ze onderwees hare kinderen in de dingen der deugd. Twee harer zonen wonnen naderhand het Heilige Land, en Godfried en Boudewijn droegen de kroon, stervende als koningen te Jeruzalem.

16*

Sluiten