Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Wet bepaalt, aan welk Departement of Departementen de Landen zullen worden toegevoegd, met welke het Gemeenebest reeds is, of verder als eene, aan hetzelve verschuldigde Schadevergoeding, mogt worden vergroot, mitsgaders zoodanige voormalige Heerlijkheden of Districten, welke tot geen der vorige Gewesten of Departementen behoord hebben; zullende de Wet mede bepalingen kunnen maken omtrent zulke Districten en Plaatsen, wier Jurisdictie tusschen onderscheidene Gewesten verdeeld of quaestieus is.

11. Ieder Departement wordt verdeeld in Ringen of Districten, welke door de Wet worden bepaald.

12. De vereischten tot de uitoefening van het Stemregt blijven, bij provisie, bepaald op den tegenwoordigen voet. De thans bestaande Voorschriften deswegens kunnen gewijzigd worden overeenkomstig het algemeen belang; deze wijzigingen, echter, kunnen nimmer strijdig zijn met de beginselen van Persoonlijke Onafhankelijkheid en Eigendom.

13. Leeraren van eenige Godsdienstige Gezindheid zijn niet verkiesbaar tot eenige Posten van Politiek Bestuur.

14. Krijgslieden stemmen niet, dan ter plaatse hunner vaste woning, afgescheiden van de plaats hunner Garnisoenen.

Het Wetgevend Ligchaam.

15. De titul van het Wetgevend Ligchaam is HUN HOOG MOGENDEN, VERTEGENWOORDIGENDE HET BATAAFSCH GEMEENEBEST; zullende de Vergadering onder den titul van HOOG MOGENDE HEEREN worden geadiëerd.

16. De Oppermagt van het Bataafsche Volk wordt vertegenwoordigd door de Vergadering van Hun Hoog Mogenden met den Raadpensionaris.

17. Het vaststellen van Wetten behoort aan de Vergadering van Hun Hoog Mogenden.

18. De Vergadering van Hun Hoog Mogenden bestaat uit Negentien Leden, voor den tijd van drie Jaren verkozen, en benoemd door de Leden van de Departementale Bestuuren in de volgende evenredigheid, te weten:

Sluiten