is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedschrijver en rechtsgeleerde Dr. Arend van Slichtenhorst en zijn vader Brant van Slichtenhorst, stichter van Albany, hoofdstad van den staat New -York

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

armde bloedverwante zijner moeder — genaamd Pietertje Pasraet, voor 100 gulden 1). Zelf zou hij in totaal voor 18200 gulden inschrijven 2), waardoor hij tot de hoofdparticipanten kon gerekend worden.

Vermoedelijk is Brant van Shchtenhorst na den dood van zijn oom Henrick Beeckman, omstreeks het jaar 1631, wiens eenige erfgenaam hij was, aandeelhouder voor gemelde inschrijving gebleven en daar dikwijls inschrijvers of familieleden tot het vervullen van betrekkingen in de Nieuwe wereld werden geroepen, verklaart dit mede7 wTaarom Van Slichtenhorst in 1632 tot commies voor den handel in Nieuw-Nederland was aangesteld en twee bewindhebbers, Jacques Boursse en Marcus van Valckenburgh een beroep deden op aller medewerking, opdat gene zijne benoeming zou kunnen opvolgen.

Godsdienstige bezwaren, dat hij in eenzame oorden weinig of geen gemeenschap met geloovigen zijner kerk kon hebben, konden nu in 1646 nog minder dan in het jaar 1632 gelden, daar in de behoefte aan predikanten voorzien was en volgens Arend van Shchtenhorst zich behalve slechte fortuinzoekers verscheidene vrome lieden in de te~ontginnen landstreken^hadden nedergezet. Daarbij waren hier te lande vrij wat predikanten 3) er volstrekt niet ongenegen toe geweest om hunne penningen in het aandeelenkapitaal der Westindische Compagnie te beleggen. Andere eerzame lieden hadden desgelijks gedaan, o.m. Dr. Johannes Pontanus, die voor 1200 gulden bijdroeg, zijn bemiddelde schoonvader Philips van der Hede te Amsterdam, Diederick Halewijn, burgemeester van Harderwijk, de wed. Petrus Plancius en haar zoon Antonie, Wynant van Bylaer te Wijk bij Duurstede, namens wien Kiliaen van Rensselaer inschreef.

Bovendien trof men bij hen aan: tal van in het bijzonder Amsterdamsche regeeringsleden en eenige gilden, een paar admiraals, hoefsmeden en scharenslijpers, handelaren in goud en zilver, die speciale vrienden bleken te zijn van den juwelier Kihaen van Rensselaer, Portugeesche Israëlieten en Luthersche Denen, Duitsche vorsten en Nederlandsche voorstanders van het gemeenebest, Fransche refugié's en Italiaansche uitgewekenen, mannen van overzee, als Kiliaen van R's vriend Simon Dircksz. Pos, en bewoners van Midden-Europa, b.v. van Metz — in Lorraine staat erbij — zij allen vormden het meest bonte gezelschap, dat men zich denken, kan, dat, door een nieuwen geest bevangen en geprikkeld door soms fabelachtige winsten, die de oudere zuster, de O. I. C, had behaald, gaarne deelnam in de pas opgerichte Compagnie voor den handel op Amerika en WestAfrika.

Neen, Brant van Shchtenhorst zou in de zich vormende

1) Capitael-boeck, fol. 148.

2) Ibid. fol. 26.

3) Onder de predikanten als inschrijvers bevond zich o.a. Marcus Boerave (Boerhave) te Oosthuysen.