Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kind-vrouwtje met de gloeiend-bonte shawls weer voor oogen haalt. En terwijl ze eraan denkt, stijgt in haar zelf die bevrijdende glimlach weer op. Dat ze 't wéét, dadehjk, zonder dat iemand 't haar zegt, heeft ze aan die paar droppels zuidelijk, Fransch bloed in haar zelf te danken!

Indien de kleine Carmen in Charlotte's plaats was geweest, zou ze om te beginnen aan de vrijmoedige rakker hebben laten zien, dat ze grappige, verleidehjke kuiltjes in haar ronde, gebruinde wangen had en dat hij dus niet voor niets was opgestaan om naar haar te kijken. Zij zelf zou hem gewenkt hebben, en als hij dan schoorvoetend naderbij was gekomen, zou ze hem verwarren en bestraffen door hem geheel naar zich toe te trekken, hem in z'n zwarte haren te grijpen en hem in het oor te fluisteren: „Ondeugd, maak dat je weg komt! Kijk jij naar meisjes, die bij je passen, versta je?!" En ze zou zich verheugen over de kleine, landelijke aanbidder, die nu, rood van verlegenheid achteruit krabbelend, vannacht van haar droomen zou. ,Bravo, die wordt goed later: de bengel heeft nü al oogen in 't hoofd!' - Boos? Boos... ??? Waarover? Mag hij niet kijken als hij iets ziet, dat hem bevalt? Is hij geen kleine man? Moet hij niet bijtijds leeren hoe de vrouwen zijn, die men toch al zoo moeilijk doorgrondt?

Zoo zou de kleine Carmen lachend denken, zeggen en doen, en zoo zal Charlotte het nooit leeren. Maar dat hoeft ook niet: er is nog wel wat tusschen 'n preutsche blauwkous en 'n klein Spaansch shawlverkoopstertje, dat - om waardelooze shawls tot kostbaar sieraad om te tooveren - canailleuser moet zijn dan de met juweelen getooide maitresse van 'n vorst.

Het afdalen over de groote, gladgeloopen keien is nog haast bezwaarlijker dan er tegen op te klimmen, - ook 'n ezeltje, dat uit 'n zijweg tusschen de tuinmuren komt aandribbelen, is die meening toegedaan. Voorzichtig, als tastend de hoeven neerzettend, torst het twee vaatjes wijn op z'n geduldige rug. En daar bovenop troont z'n jonge meester.

Charlotte hoort hem al sinds eenige tijd. Hij zingt gorgelend, nasaal, lang uithalend in schrille falsettonen, troont zonder zelfverheffing op z'n beide vaatjes, laat z'n naakte

Sluiten