Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genomen wordt, dan mogen wij niet meer prediken. Wat wij ook doen — het wordt allemaal strafbaar!"

Opgewonden liep Ds. Heininger de kamer op en neer. „Dat het zoo erg zou worden, had ik niet gedacht", sprak hij. „En ik vrees, dat het nog erger wordt. Stalin's Woord over de liquidatie der kerken volgens het vijfjarenplan is duidelijk genoeg. Wij weten uit ervaring, dat bij de Bolsjewisten de toepassing van de wetten altijd nog scherper Is dan de wetten zelf."

Fürchtegott Heininger steunde het hoold tol de hand. „Ik heb het zien aankomen," zeide hij. „Het Is hard, mijn zoon, maar het Is Net kruis. En het kruis is het teeken der overwinning. Ik donk dat het gaan zal, zooals overgrootmoeder het heeft gezien: die aan het Kruis vasthouden, worden door het Kruis gered."

Ja, het was het kruis.... lederen dag werd het zwaarder te dragen, lederen dag werd de last harder en drukkender.

De belastingbiljetten werden rondbezorgd. De Duitsche kolonisten zagen de getallen en dachten, dat zooiets onmogelijk was. Del moest een vergissing zijn. Zooveel hadden zij nauwelijks geoogst, ah) zij moesten opbrengen. Wat bleef er dan over om te zaaien? Wat bleel er voor het gezin? Wat om van li leven?

En toch werd er geschraapt, gezocht, zelfs de laatste reserves werden aangesproken om bijeen Ie brengen, wat de regeering vorderde. Men wist immers, welk noodlot den „kwaadwilligen belastingweigeraar" dreigde.

Zoodra de eene belasting betaald was, werd een tweede, nog hoogere, geheven. En wee het toch nog gelukt ook deze op Ie brengen, den volgde er een derde. Wie door den bolsjewistischen Staat tot den ondergang gedoemd was, ontging zijn noodlot niet.

Duivelsch waren de middelen waarvan men zich m den strijd tegen de boeren bediende. De klassen moesten opgeheven worden. En toch werden in het dorp kunstmatig klassen In het leven geroepen. De dorpsgemeenschap werd uiteengereten. Het gift der begeerte werd uitgestrooid. Het lot der meer welgestelde boeren werd in de handen der dorpsarmen gelegd. Have en goed van anderen lokten! Wie zou niet door bezit aangelokt worden? Een nieuwe klasse, de klasse der „Koelaken" x) werd geschapen. En de koelaken waren vogelvrij. Wie den Koelak te gronde richtte, had het vooruitzicht zich met zijn bezit te kunnen verrijken.

Op een dag kwam de kleine Otto Festner, Barbara Heininger's oudste zoon, huilende uit school thuis.

„Wat is er, mijn jongen?" vroeg zijn moeder. „Heb je een standje gehad? Heb je je fes niet gekend?"

De kleine jongen schudde het hoofd.

,lk heb 'm wei gekend!" snikte hij. „Maar, Moeder, als ik goed

x) Koelak beteekent In het Russisch „vuist"; oorspronkelijk de aanduiding voor den joodschen dorpswoekeraar, doch waarmede de bolsjewisten de welgestelde boeren betitelden, om hen den dorpsgenooten als speculanten voor te stellen.

Sluiten