Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

metropoliet Benjamin van Peteraburg den dood in.

„Breng vuur op het altaar en offer mij dan geheel en al!"

Zoo bad Ds. Siegfried Schultz, die, om in de verlaten gemeenten te prediken, de verre reis naar de Irtisj ondernam, ofschoon hij wist, dat hij daar zou worden doodgeschoten.

En naast het getuigenis der martelaren zijn daar de wolken van getuigen, die zich telkens weer aan ons oog vertoonen en trouw blijven ook in de grootste smarten. Worden we daardoor niet aangemaand om te bidden:

Schenk ons in dezen slappen, aan geloof zoo armen tijd,

De scherp geslepen wapenen der eerste

Christenheid!?

Dat het leed, waardoor Rusland wordt getroffen, ons die wapenen weer leere hanteeren! • •

Tot zoover Dr. Schabert.

Na hem, de heer Th. Aubert van Genève, die kort geleden aan verschillende vooraanstaande personen op kerkelijk gebied een rondschrijven heeft gericht, dat ik mijnerzijds reeds aan de meeste Kerkeraden van ons land heb doorgezonden, maar dat ik ook langs dezen weg onder de algemeene aandacht wil brengen.

Dat rondschrijven luidt als volgt:

„In 1930 is de Christelijke Kerk ernstig onder den indruk gekomen van de geloofsvervolgingen in Rusland.

Een oogenblik heeft men de gedachte kunnen koesteren, dat de Christenen van Europa en van Amerika, in het diepst van hun geweten getroffen, en eindelijk gekomen tot het besef van de ontzettende beproeving die alle godsdienstige gezindten daar doormaken, hun actie voor de vervolgden om des geloofswille niet meer zouden onderbreken.

Het was echter een schitterend stroovuur.

Slechts enkelen hebben bij voortduring hun aandacht bepaald bij de slachtoffers van het

Sluiten