Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drukking gevonden. Steeds meer ging bij deze humanistische ontwikkeling des menschen tot „mensch-godheid" (Dostojewsky) het christelijk besef verloren, dat de mensch bestemd is heel wat anders te zijn dan dat, wat hij alleen zou kunnen worden door ontwikkeling van de gegeven „natuurlijke" geestelijke krachten, n.1. dat hij geschapen werd tot Godsmensch, tot het evenbeeld van God, maar dat hij deze hoedanigheid als zijn eenig hechten grondslag prijsgegeven en verloren- heeft door zijn afval van God, en dat hij ze slechts door Gods hulp in den Heiligen Geest weer terugkrijgen kan.

Het gevolg van dezen humanistischen hoogmoed des menschen, die vergeten is, dat hij door God geschapen werd en Sn al zijn doen en laten tegenover Hem verantwoordelijk is en zonder Hem allen grond verliest, is de vestiging van een weliswaar machtige, maar goddelooze beschaving, en bovenal, het ontstaan van een economische orde, waarin de mensch ook op economisch gebied, zonder eenige beperking, in 't oneindige, vrij en meedoogenloos meent te mogen doen, wat hem goeddunkt, zonder daarbij naar Gods wil te vragen, volgens het beroemde beginsel van 't laisser aller, laisser passer.

In de eeuw van 't kapitalisme weet men zich tegenover God in geldverdienste en in het economisch productie-proces, dat den mensch meer dan iets anders aan den mensch bindt en ze aan elkaar verantwoordelijk moest maken, niet meer verplicht.

Dat ook de aarde en alles, wat ze voortbrengt, aan God, haar Schepper, behoort, wordt daar geheel vergeten. Nu is er maar alleen sprake van onverbiddelijken concurrentiestrijd en voordeel en meedoogenlooze exploitatie der menschelijke arbeidskracht. Het industrie-proletariaat en al zijn ellende zijn 't maar al te duidelijke product van dit stelsel.

Het resultaat van deze industrialiseering was en is de volkomen verlaging van den geproletariseerden mensch, die van de aarde en uit alle gemeenschap is losgemaakt, tot machine of tot een bestanddeel daarvan. De proletariër kan in 't geheel niet meer zien en gelooven, dat de mensch tot iets beters dan tot een armoedig plantenleven is geschapen. Want in de kapitalistische maatschappij wordt de arbeider niet meer om zijn zelfs wil. d.w.z. als zuiver persoon gewaardeerd en geschat, maar slechts ter wille van de waarde, die hij in goederen produceert; hij wordt verlaagd tot een werktuig om anderen aan meer geld te helpen; tot een machine, die dient om het persoonlijk voordeel der bezitters en van hen, die alleen over de productie-middelen beschikken, te vermeerderen op kosten der gemeenschap, die eenvoudig ophoudt gemeenschap te wezen, die ophoudt een ware eenheid, een gemeenschappelijk

Sluiten