is toegevoegd aan uw favorieten.

Het rechterlijk toetsingsrecht tegenover de verordenende bevoegdheid van den gemeenteraad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid en stijfheid in de wetgeving in ruimeren zin *). Deze zou zich dan gaan kenmerken door een gebrek aan veerkracht en elasticiteit, zou zich in de praktijk zelve veroor•deelen. De praktijk heeft het echter niet zoo ver laten komen. Zij heeft de oude theorie verdrongen en omvergeworpen, de theorie, welke in grondwet noch gemeentewet voldoenden steun vindt, alhoewel bij de ontwerpers van de grondwet van 1848, de provinciale wet en de gemeentewet die gedachtengang aanwezig geweest mag zijn.

Wij zagen reeds, dat noch in de grondwet, noch in eenige organieke wet een omschrijving van het begrip „huishouding der gemeente" is te vinden. De bewoording van artikel 135 der gemeentewet maakt daarop geen uitzondering. Alleen de doelmatigheid kan dus ook naar onze opvatting de toets zijn voor regeling van een belang door een der drie machten, nu de huishoudingen van rijk, provincie en gemeente niet objectief gescheiden zijn en te scheiden zijn Hieruit vloeit logisch voort, dat men ook tot de slotsom moet komen, dat artikel 135, of, zoo men wil, artikel 134 der gemeentewet den raad slechts bevoegd verklaart tot het uitvaardigen van, aanwijst als den maker van de verordeningen, welke betrekking hebben op de huishouding der gemeente, beter, welke hij in het belang der gemeente noodig oordeelt, gelijk artikel 144, lid 2, van de grondwet ook zegt aUeen dit en zonder dat in de bepaling daarvoor eenige objectieve maatstaf wordt gegeven, 's Raads wetgevende bevoegdheid wordt in genoemde voorschriften niet begrensd. Uerhalve: de gemeenteraad kan regelen stellen omtrent hetgeen hij m het belang der gemeente doelmatig acht te regelen. De raad kan verordenen, regelen geven, welke algemeen verbindend zijn voor hen, die zich op het plaatselijk grondgebied bevinden. Want, wij mogen in dit opzicht generaliseeren, de verordenende macht van den plaatsetyke^etgever gaat niet buiten de grenzen van zijn gebied.

«^inïe^ auto-