is toegevoegd aan uw favorieten.

Het godsdienstig gemeenschapsleven in het Nederlandsch vrijzinnig protestantisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

publicaties wordt minder individualistisch; bewuster wordt gezocht naar de verhouding waarin het Vrijzinnig Protestantisme als geheel staat tegenover verschillende vraagstukken en verschijnselen. !)

B. Verder moet hier dan de houding van het Vrijzinnig Protestantisme ten opzichte van cultus en liturgie test sprake komen.

Wat de liturgie in het algemeen betreft, uiteraard heeft het oudere modernisme op dit punt een tamelijk negatieve houding aangenomen. De Vrije Gemeente schafte de plechtige bevestiging van nieuwe leden af: „Toonkunst" bevestigt haar nieuwe leden toch óók niet? Waarom zou, wat in de kunst als dwaasheid wordt gevoeld, bij de godsdienst opeens schoon en noodzakelijk zijn? Ook de doop werd bewust geëlimineerd en vervangen door een toespraak tot de ouders. 2) Eeredienst is wel mogelijk, maar le. mag hij nooit leiden „tot verslapping van ons zedelnk leven", en 2e. mag hij ons aesthetiseh gevoel niet beleedigen. 3) De predikant of voorganger wordt meer de „leeraar" dan de „herder"; immers: „Wat kan ons stichten? In de eerste plaats het bezielde en bezielende woord." *)

In eenige Remonstrantsche gemeenten zijn in de zeventiger jaren avondmaal en doop afgeschaft met goedvinden van de gemeente. In Protestantenbond-afdeelingen worden deze sacramenten uitteraard zelden bediend. 6) Verder is er, op het punt van bevestiging van nieuwe leden, doop en huwelijksinzegening allerlei geëxperimenteerd. Het gevolg van minder goed geslaagde experimenten was steeds, dat men zich op een bestaand mini-

*) Hier denk ik o.a. — om alleen eenige recente geschriften te noemen — aan de bundel Levensrichting van Dr. H. T. de Graaf (Arnhem 1925); van dr. K. F. Proost en G. Horreüs de Haas de bundels Het Vrtfzihnig Protestantisme (Huis ter Heide, I 1926, II 1928); P. D. Tjalsma, Zondebesef en Zondeleer (Assen 1931); Prof. Dr. M. C. van Mourik Broekman, Erotiek en H u w e1 ij k s 1 e v e n (Leiden 1932), die alle geschreven zijn met een sterk verantwoordelijkheidsgevoel voor het Vrijzinnig Protestantisme als zoodanig.

Collectieve geschriften zijn ook de uitgaven van de bovengenoemde „Studieclub van Moderne Theologen", het V.C.S.B.-boek Studie, Geloof, Cultuur (Utrecht 1929) en de „sectieboekjes" van de V.C.J.B.

2) Waarom geen doop? in Stemmen uit de Vrfle Gemeente, 1878, blz. 99 v.v.

3) Verslag van den „Debatavond" over Onze Eeredienst, Stemmen uit de V r h" e Gemeente, 1879, blz. 24 v.v.

*) Stemmen uit de Vrije Gemeente, 1879, blz. 38. 5) De afdeeling Schiedam van de Nederlandsche Protestantenbond heeft ha de jaren 1895 en '96 een soort „vervolging" te doorstaan gehad van de zijde van de Ned. Herv. kerkeraad, omdat in de godsdienstoefening van de afdeeling een aantal malen gedoopt was. Toen is een .^dnderdag" ingesteld, waarbij de kinderen met handoplegging „een spreuk voor het leven" meekregen. Ook dit gebruik is later gestaakt (Stemmen uit de afd. Schiedam van den N.P.B. van 18 Juni 1932, artikel van D. Rook: Uit v o o r b ij e t ij d e n).

De doop is vervangen door een „wijdingsmorgen" door N. Padt te Zandvoort (H.bl. 20 Jan. 1926 Av.).