is toegevoegd aan uw favorieten.

In het rijk van zon en sterren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STERREBOT S ING?

betrekkelijk zeldzaam optreden, zooals dat uit onze opsomming op blz. 197 zou volgen. Men moet echter niet vergeten dat het daar slechts ging over de allerhelderste novae. Er worden dikwijls genoeg nieuwe sterren opgemerkt — meestal door vergelijking van twee verschillende fotografieën van een bepaalde hemelstreek — die te zwak zijn voor het bloote oog. Van deze onaanzienlijke novae verschijnen er zeker altijd verschillende per jaar. Dergelijke vondsten hebben steeds toevallig plaats, omdat er tot op heden door niemand stelselmatig naar novae wordt gezocht. Niemand kan u dan ook garandeeren, dat er nog niet meer nieuwe sterren zouden verschijnen dan er aldus bij toeval aan het licht komen. Integendeel, Professor S. I. Bailey van de Harvardsterrewacht indertijd, die uit het aantal novae dat werd waargenomen eens een schatting maakte van het aantal dat werkelijk opvlamt, kwam tot de slotsom, dat er per jaar in ons sterrenstelsel 20 a 30 nieuwe sterren moesten verschijnen, die helderder zijn dan de 9e grootte.

Nieuwe sterren komen dus milkoenen keeren veelvuldiger voor dan zou mogen, wanneer hun ontstaan een gevolg was van de botsing van twee sterren. De botsingstheorie voldoet dus blijkbaar niet aan de verwachtingen, en we zullen goed doen naar een andere verklaring om te zien.

Een onderstelling die meer succes scheen te hebben, dankte haar ontstaan aan verschijnselen die zich bij de Nova Persei van 1901 voordeden. Zeven maanden na het opvlamman verscheen er rondom de ster een neveltje, dat in de kijker duidelijk zichtbaar was, en dat schielijk bleef aangroeien. In acht weken tijds was het merkbaar grooter geworden (zie Plaat IX, die twee fotografieën vertoont van 20 September en 13 November 1901, en waarop het uitzetten van de nevelachtigheid goed valt waar te nemen, vooral wanneer men let op het gebied binnen de beide cirkeltjes). Bij een eenigszms plausibele schatting van de afstand der nova moest de snelheid waarmee de nevel aangroeide iedere seconde hon-