is toegevoegd aan uw favorieten.

Electro- en verlichtingstechniek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden alle lampen uitgeschakeld, dan is e = o, en dus E = E , d.w.z. de beginspanning = eindspanning.

Wordt bijv. slechts 1 lamp ingeschakeld, dus een kleine stroom I verlangd, dan zal het spanningsverlies e = IR ook klein zijn, zodat de eindspanning Ex slechts een weinig kleiner zal zijn dan de beginspanning E.

De eindspanning zal dus schommelen naar gelang meer of minder lampen worden ingeschakeld. Nu zal een spanningsschommeling van 2% niet merkbaar zijn voor het oog, omdat de schommeling in de lichtuitstraling dan slechts 6% bedraagt. Worden echter deze schommelingen sterker, dan worden zij hinderlijk, waarom de electriciteitsbedrijven bij lichtbelastingen maximum 2% spanningsverlies toelaten, terwijl dit bij krachtbelastingen 5% mag bedragen.

Uit e = IR = 0,02 E volgt, dat de weerstand R van de aansluitleidingen bepaald is, en dus ook de doorsnede q, als de lengte I gegeven is want

I o

R = —-

q

§ IV. ELECTRISCH VERMOGEN EN HET WATTVERLIES DER LEIDINGEN. De spanningsvergelijking luidt:

E = IR + E,

vermenigvuldigen we beide leden van deze vergelijking met I, dan krijgen we de vermogensvergelijking:

E I = l2R 4- Ejl.

Nu is El het electrisch vermogen aan het begin van de leidingen ontwikkeld, dat gelijk is aan de som van 2 andere vermogens. EJ is het vermogen, dat bij den verbruiker ter beschikking staat, dat dus minder is dan het vermogen aan het begin ontwikkeld, en wel over een bedrag l2R, dat we het wattverlies in de leidingen noemen, of ook wel het Joulesche warmteverlies uitgedrukt in watts.

El is het product van volts en ampères, uitgedrukt in voltampère of watt.

1 watt is de eenheid van electrisch vermogen.

Evenals het spanningsverlies voor lichtverbruikers maximum 2% van F mag bedragen, zal het wattverlies 2% van het beginvermogen moeten zijn.

Beide verliezen bepalen de doorsnede van de leidingen.

§ V. VERBAND TUSSEN HET ELECTRISCH EN HET MECHANISCH ARBEIDSVERMOGEN.

Volgens Joule is de ontwikkelde hoeveelheid warmte Q in een draad, waaraan de spanning E wordt gelegd, en waarin een I ontstaat, in t sec.: