is toegevoegd aan uw favorieten.

De drie dwazen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog lang in het verschiet te staren. „Jongen," zei ze, terwijl ze ontroerd achter Wiedhof en Annie den weg naar huis aanvingen, „net zoo als nu, is eens je vader heengegaan naar dat verre land om nooit meer terug te keeren. Hij was een hoogbegaafd mensch, een fantast met de mooiste denkbeelden, met de schitterendste verwachtingen voor de toekomst. En die toekomst, ze is nu al weer voorbij. Hoe graag was ik hem toen gevolgd, naar die wereldstad, om voor hem alleen te leven en zijn opgang mee te maken, en later zijn roem met hem te deelen. Ik zou in het begin armoe met hem geleden hebben, maar ik zou ook met hem gestreden hebben, want ik was dol op dien man met zijn idealen, met zijn kunst, waarvoor hij mij verlaten heeft. Ik zal je de andere oorzaken, waarvoor er voor hem geen plaats meer was in dit engbegrensde land nog wel eens vertellen, als je grootvader er niet bij is, want die haat hem nog steeds, na al dien tijd; maar weet, dat hij eens mijn droom geweest is. Hij was niet slecht,' hoewel hij nooit den brief beantwoord heeft, dien ik hem

later nog geschreven heb. Ik heb in die eerste jaren noe ~ 1 1 _ l 1 , •• i ' Ö

gcuiaunt aan zijn ouaers, oude menschen toen al, en ik heb de zigeunerachtige omgeving gezien, waarin hij groot gebracht is. Ook zij waren in hun hart geen verdorven menschen, maar ik begreep toen, dat er nog een ander wereldje was, als die van ons arme burgerluidjes, een soort lichtzinniger menschen, op wie onze strenge beginselen niet van toepassing zijn. Ze wonen nog als een soort zigeuners, midden in de burgerlijke maatschappij. En dat leeft allemaal maar onbekommerd voor de toekomst, naar buiten gekeerd; ze noemen het bohemiens, en wat je andere lui, ambtenaren, onderwijzers, werklui of militairen als slecht aanrekent, kun je hun niet als slecht aanrekenen. Ze worden zoo dooreengeslingerd door hun kunstemoties, ze zijn zoo bezeten meest door kunstidealen, ze moeten zooveel verscheiden kunstwerken vertolken, dat ze geen gewone redelijke menschen meer zijn. Maar daarvoor moet je ook bedenken, wat een weg-