is toegevoegd aan je favorieten.

Dokter Heldring's groote conflict

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hartstochtelijk verwijt. „Je ben alles voor me; met jou achter me heb ik dit zware werk kunnen presteeren, alleen zou ik het niet gekund hebben, begrijp je dat niet? Begrijp je niet, dat een man dubbel zooveel waard is met de vrouw naast zich, waar hij van houdt? God kind, als je wist, hoeveel ik van je houd, nog meer, nog oneindig veel meer dan vroeger. lederen dag heb ik je meer lief..."

„O ja, ik weet het, ik weet het, je houdt van me! Maar denk je, dat ik aan dat weten alleen genoeg heb? Zoo weinig bekommer je je om me, dat je niet eens gemerkt hebt, dat ik weer zwanger ben."

Ze slingerde hem de laatste woorden toe en zich voorover buigend in den spiegel om hem aan te kunnen zien, wachtte ze, bijna triomfantelijk, op de uitwerking ervan.

Hij was nog verder achteruit gegaan, leunde zwaar tegen de kleerkast, die kraakte onder zijn gewicht. Zijn eerste gevoel was dat van een groote opluchting. Ze was zwanger, dat was de heele verklaring van haar stemming. Als medicus wist hij waarachtig wel, dat op een zwangere vrouw geen peil te trekken is. En onmiddellijk daaraan aansluitend welde een diepe vreugde in hem op. Om het kind, dat komen zou, een nieuw kind van hen beiden, een nieuwe verbintenis! Door zijn strak gesloten trekken brak een blijdschap; maar tegelijk trok een scherpe smart door hem heen, zoodat de lach om zijn mond in een siddering overging. Dat ze hem dit, wat anders een zoet geheim tusschen hen tweeën zou geweest zijn, zóó toeslingeren kon, een jaar geleden was dat nog ondenkbaar geweest. Mijn god, waar waren ze aan toe, wat ging er met Hetty gebeuren, dat ze zoo aan 't verworden was?

Zoo verdwaasd stond hij haar aan te kijken in z'n halve lach, hij was zoo'n groote hulpelooze jongen, zooals hij daar stond, dat alles wat ze aan moederlijke teederheid en innigheid in zich borg, zich in een diep meelij naar hem uitstortte.