is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit huis en hof verdreven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pas kunnen komen want ik heb zóóveel werk te verrichten, dat ik gaarne een deel aan u toevertrouwde."

„Ja, ja", knikte Sloters. Hij zei het niet, maar eigenlijk leek hem dat zoo gek nog niet. Harm woonde hier nog al ver vandaan en als hij daar dus kwam ,zou men hem toch niet zoo aangapen als men hier nu deed. En dat werk van Harm mocht hij ook wel. Hij zei het wel niet, doch hij werd steeds ontvankelijker voor Harm's voorstel.

Op een oogenblik, dat allen zwegen en de klok zoo geheimzinnig de stilte vulde, deden zich buiten op het grintpad voetstappen hoor en.

„Er komt nog iemand", zei Annie, die Castor naast zich had. De hond begon te blaffen, doch op Annie's bevel hield hij zich stil.

Harm liep naar de deur. Daar stond Beukers.

„Komt binnen, Beukers", noodigde Harm.

,Dat was mijn plan ook, Harm", zei Beukers, die de gang inkwam en Harm volgde. „Goeienavond. Ik dacht het wel. Familieraad zeker", sprak hij tot de aanwezigen, die hem allerminst verwacht hadden. Er werd hem een plaats aangeboden en Annie schonk voor hem koffie in, want allen begrepen wel, dat Beukers iets bijzonders op het hart moest hebben anders was hij maar niet zoo ongenoodigd gekomen,

„Jullie zullen me wel niet bescheiden vinden", zei Beukers, „dat ik zoo brutaalweg mij tusschen jullie inzet, terwijl ik wel denken kon, dat je het liefst ongestoord bij elkaar waren."

„Och, dat geeft niets", zei Sloters. „Ik ben blij dat u er bij komt, want waarlijk, die kinderen leggen me het vuur aan de schenen."

„Dat kan ik best begrijpen, Sloters. De kinderen zullen wel gaarne willen weten, wat hun vader van plan is te doen. De kinderen maken zich bezorgd over je, Sloters".

„Och, dat behoeft toch waarlijk niet. Ik ben nog geen arme stumper", zei Sloters, die het liefst van dat gesprek af wilde

„Dat is het juist", zei Beukers. „Je bent altijd nog een trotsche, eigenzinnige kerel, Sloters, neem het me niet kwalijk. En als ik mij nu bij de kinderen voeg en je ook de vraag stel van; ,Wat ga je straks doen?" wat dan, Sloters?"

„Flink zoo, Beukers, help u ons een handje", riep Annie tot den ouden grijsaard, „ik heb Pa al zoo vaak voorgesteld om bij ons- in te komen, maar hij wil niet."