is toegevoegd aan uw favorieten.

Het witte doek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woordingen? Toch ten slotte juist datgene, wat zij zoo duidelijk onder woorden bracht. Maar — nu stond hij voor de consequenties van zijn houding. Kon hij die aanvaarden? Wilde hij die aanvaarden?

Door die laatste vraag kreeg hij zekerheid. Ja, hij wilde; van heeler harte wilde hij. En nu braken zich baan al die oude gevoelens, illusies, idealen, die den laatsten tijd keer op keer zich hadden gemeld. Hij nam ze op, bekeek ze weer in dit nieuwe licht en schreef haar toen alles van zijn onzekerheid, hoop, verwachting en vertrouwen....

De weg naar school werd nu een weg van vreugde. Had wel ooit de wuivende bamboe haar vaantjes zoo vroolijk doen wapperen in de morgenkoelte? Was niet de lucht vol beloften en verwachting? Waren niet de kinderen gewillig en de menschen vriendelijk?

Maleen liet een zonnestraal spelen in het robijntje van haar verlovingsring en kwam daardoor bijna in botsing met een langen bamboe, die voortgebalanceerd door een marktganger, de heele wegbreedte innam. Voorzichtig gaf ze den bamboe een duwtje, dat den mopperenden Soendanees haast zijn evenwicht deed verliezen en reed hem lachend voorbij.

Bij het tafeltje van mijnheer Wellink wachtte het personeel geduldig zijn beurt af. Hoe lang zou ze daar nog toe behooren? Ze voelde even iets als schuld, toen mijnheer Wellink het hoofd ophief en haar, een beetje knorrig, over zijn bril heen aankeek. Hij wist nog niets van haar plannen.

Ook de kinderen vermoedden niets. Het gaf een tint van weemoed aan haar blijde stemming.

Toen ze dienzelfden dag het groote nieuws had meegedeeld en de vele gelukwenschen in ontvangst genomen, vond ze bij thuiskomst Sjanoesi op haar wachten. Sjanoesi, die haar met een ernstig gezicht een klein pakje overhandigde en toen zwijgend wegging.

Het was een portretlijstje, waarvan het zwartgemaakte glas met een uitgesneden kroontje van zilverpapier was beplakt met haar naam er onder en deze woorden: „Ik heet de gasten welkom". Het treurige briefje, dat er bij lag, eindigde: „Het is voor