is toegevoegd aan uw favorieten.

Amok...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En dan doet Non iets, wat mij, tot in het diepst van mijn ziel wondt. Ze rekt zich uit, neemt Wim van het hoofd tot de voeten op en spuwt hem, zooals een Inlandsche vrouw, door het dolle heen van haat en verachting doet, midden in het gelaat. „Da's mijn antwoord, idioot, drie-dubbele dwaas," — nog eens spuwt zij, „orang-gila" x) — eindigt zij, met hooge gil-schreeuw.

Nu is zij de Javaansche vrouw, onverschillig voor alle Europeesche cultuur. Ik zie, dat van Someren schrikt: „Non — Non toch," roept hij, zijn dochter bij de schouders grijpend.

Ontzettend is de indruk, die deze woorden op Wim maken; als door den bliksem getroffen wankelt hij even op zijn voeten — dan zet hij zich in beweging, langzaam — héél langzaam eerst, dan vlugger en vlugger — eindelijk gaat hij vooruit, recht vooruit met wilde sprongen — een inlander, die zich op zijn pad bevindt, werpt hij met een vuistslag omver — dan staat hij voor zijn kamer.

„Amok — amok-blanda 2)," zegt een inlander. En ineens — ineens zie ik weer dat tafereeltje voor de soos in Banjoebatjin: Samin, de amokmaker, die om zijn liefde, die versmaad werd, en omdat hij alles verloor, de vlucht nam in den waanzin, den blinden, bloedigen waanzin.

„Amok — maken, dat doen alleen Inlanders," heeft Wim toen gezegd — maar dat schijnt niet waar. — De blinde, razende, bloedige waanzin heeft ook hem gepakt.

x) orang-gila = gek.

2) amok-blanda = amok, door een Europeaan.