is toegevoegd aan uw favorieten.

Anoniem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN HEELMEESTER, DIE NIET ZACHT IS

Deze en dergelijke gedachten doorkruisten mij het hoofd op den nachtelijken tocht naar De Blok's woning.

Toen wij daar aankwamen, werd de deur geopend, nog voordat wij ons door bellen of kloppen hadden aangemeld. Op den drempel verscheen De Blok zelf en, achter hem, met 'n bleek gezicht en fel-schitterende oogen, zuster Ammens.

„Komt binnen, heeren!" — zeide De Blok. ,,Er is een kamer gereed gemaakt voor den Hauptmann en met groot genoegen zal ik hem gastvrijheid verleenen."

De heer van dit huis scheen mij een heel ander man dan De Blok, dien ik tot dusverre gekend had. Hij bewoog zich veerkrachtiger, zijn stem was luider, het apathische, dat hem zoo dikwijls kenmerkte, was — althans op dit oogenblik — verdwenen.

Blijkbaar had zuster Ammens hem ingelicht omtrent het gebeurde en het werkelijke gevaar had den moed en de kracht bij hem wakker geroepen, die door vage bedreigingen bijna te niet waren gegaan. Iets dergelijks is geen ongewoon

verschijnsel. .

De Hauptmann was gedurende het geheele

transport bij kennis geweest. En in de gang was ik er getuige van, hoe de zuster den gewonde met groote hartelijkheid begroette en aanstonds onder

haar hoede nam.

Een oogenblik later zaten G.G., De Blok en ik om de tafel in dezelfde kamer, waarin wij ook bijeen waren geweest bij de eerste komst van de