is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gingen de jongens weg, naar Nijmegen en naar Rolduc, de menschen wisten niet precies waar ze allemaal verspreid zaten, de vader met zijn drukke praktijk kon voor al die wildemannen niet zorgen. Hij zou hun niet de opvoeding kunnen geven zooals de moeder die gewenscht had, die zouden ze nu krijgen, ze waren naar katholieke scholen gezonden. Dokter van Taeke schreef brieven aan hen, in zijn schoon calligrafisch schrift. Ze hadden allemaal een portret van de moeder meegekregen om daarnaar te kijken. Dokter van Taeke schreef: wordt mannen, houdt de nagedachtenis van uw moeder in eere. Zij heeft u allen bemind. Als ge moeilijke oogenblikken in uw leven hebt, kijk dan naar haar portret om te zien, hoe hare oogen waren.

Hoe liefelijk en vol is nu de lente. Hoe bloeien de boomen in de lage boomgaarden, daar regent het over. Een blauwe regen. De grond der zwarte tuinpaden geurt warm en jong. De regen druppelt van de roomige bloesems, er bloeit een licht onder de overhuiving van hun pralende kroon, de merel fluit met dappere, koele slagen. Dokter van Taeke rijdt door het dorp. Hij heeft dit zoo dikwijls gezien. Het heeft een vernieuwing, een andere bekoring. Een bekoring met pijn. Hij gaat nog somtijds naar het woonarkje van Cis den Doove, dat doet hij zeker om daar bij Cis den Doove te zwijgen over dien nacht. Over dat nachtelijke vizioen, over dat dood lichaam