is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hoe hebt ge alleen een besluit kunnen nemen, en zeggen: ik zal mijn vee slachten, zonder de meening te vragen van uw raad?" — vroeg Monsen.

Visiri maakte een achteloos gebaar.

„Ik zal mijn raad inlichten!" — zei hij. Hij was sluw genoeg om zijn raad niet af te blaffen, of over hun hoofden heen te kijken, maar er vloeide nog 't bloed van de oude tyrannen door hem heen, en hij was nog wel in staat om zijn besluit aan zijn mannen op te dringen.

„Ik heb gezien," — zei Monsen, — „dat uw raad uit oude mannen bestaat. Zijn zij de besten?"

Visiri was gewillig:

„Ieder is met een functie belast. De aanvoerders van mijn volk zijn jong, maar er is geen oorlog meer. De ouden beraadslagen en besturen. Zij zijn voorzichtiger en weten meer..."

Met trots vertelde hij:

„Er leeft een heel oud man aan mijn hof. De blanken zeggen: hij is wel tachtig jaar!"

Met oogen glanzend van verwachting staarde hij Monsen aan. Tachtig jaar. Dit was iets onbekends en fabelachtigs. Dit kon hem jaren geleden gezegd zijn, en het bleef:

„Ik heb 'n oud man aan mijn hof, — hij is wel tachtig jaar! Wij hebben eerbied voor dien man," — zei Visiri stil, „hij wordt dikwijls door mij ondervraagd, 't Duurt wel lang voor zijn ziel werkt, maar wat hij zegt, is wijs;