is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VLUCHT INGEHAALD

De man met den rooden baard stond rechtop en bijna naakt aan het strand en wierp zijn hengel naast dien van een zonderlingen kameraad, in een der stille blauwe baaien van Tahiti. Het was hier vischrijk en telkens haalde een der mannen zijn vangst kalm en met de handigheid der ervaring binnen en spoedig knikten zij elkander toe en riepen: ,,assez".

Zij hadden hun maaltijd eraan met wat vruchten, die het eiland genoeg verschafte en het broodje, dat dagelijks uit het witte stadje aangevoerd werd op het hoofd van een bruinen rappen inlander, die de rotsige paden afsprong met een ongeloofelijke zekerheid en gevoel voor evenwicht.

Het waren beiden vluchtelingen, Barend Doorstraeten en de vreemde Fransche schilder, beroemd in het cultuur-westen, maar onvoldaan in zijn kunst, omdat hij de diepste gronden zocht, den allereersten oorsprong, het nog volmaakt pure en onbedorvene van allerprimi-

tiefst instinct.

De een was gevlucht voor een vrouw, die hij lief had met een liefde welke maat en rede te bovenging, een zoo dringende liefde, dat men haar goddelijk noemt als zij maatschappelijk is geoorloofd en duivels als dit niet het geval is; de ander wou niet ondergaan in den roem waarmee men uitstekende menschen in het Westen feilloos

onschadelijk maakt.

Op het stille vruchtbare en gezegende eiland, hadden beide zwervers, vluchtelingen en zoekers tegelijk, elkaar leeren kennen en waardeeren. Zij rookten samen een pijp, zij discuteerden weinig, omdat alles hier te eenvoudig was voor vele woorden en alles hier zich oploste in een ongewone klaarte, zij vischten en baadden — en