is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de werkelijke klap straks zonder eenige hindernis toegediend zou kunnen worden en hem volledig buiten gevecht zou kunnen stellen. Maar hij zag ook, dat Allanbert steeds woedender, dus onzekerder werd. Dan kon het niet anders, of hij verloor hoe langer hoe meer het vertrouwen in het slagen van die eindverrassing. Een oogenblik was het Fetter ontgaan wat er gezegd was, toen hij Allanbert nijdig den dokter hoorde opdragen aan dit gezanik een eind te maken door uit te leggen wat de beteekenis van die circulaires nu eigenlijk was.

„Ruimtevrees," beweerde de dokter, terwijl Allanbert keek, alsof hij dacht, dat de dokter gek was. „Die circulaires dwongen de heeren tegenover u op eigen beenen te staan, zichzelf te zijn, een eigen meening te verkondigen zonder daarbij te kunnen steunen op eventueelen lof van of vrees voor den heer Fetter. Door die circulaires kwamen zij alleen te staan en moesten zij, ieder voor zich, opkomen voor de gevolgen van hun houding en doen. Zoo alleen, zonder eenigen steun, tegenover u te staan, maakte hen bang voor u. En het is die vrees, die hun houding bepaalde."

„Nu, ik begrijp er niets van. En die verklaring van u vind ik onzinnig.

Mijnheer Fetter! Waarom laat u de administratie van den heer Helmer door een inlander controleeren? Begrijpt u niet, dat daarmee zijn prestige geheel verloren gaat? Ik heb hier verschillende briefjes van uw crani, gericht aan den crani van Kajoe Kapoer, waaruit blijkt, dat u de administratie geheel aan inlanders overlaat. Een rotten toestand noem ik dat."

„Het pleit heel erg voor de nauwgezetheid van den heer Helmer, dat hij die briefjes zoo zorgvuldig bewaard heeft. En het is erg stout van die crani's om elkaar briefjes te schrijven. Maar, ik leg maandelijks, nu al ruim vijf jaar lang, mijn kasstaten plus bijbehoorende bescheiden aan de directie over, die toch wel over een behoorlijke boekhouding zal beschikken. En, voor zoover mij bekend, is er nog nooit een fout gevonden.

Meent u echter, dat het het prestige van den heer Helmer ten goede zal komen, dan wil ik met genoegen een Europeesch boekhouder engageeren."