is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweesprong

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

's avonds mee, als ik van teekenkantoor kwam. Zij was bij haar vader in den winkel, bij den kruidenier, nu is het een grossierderij geworden, ook pas kort; Pauwe Volvers zit daar nu ook in, haar heeft hij laatst ook al lastig gevallen.

Een der beide rechters naast den president stelde een vraag :

„Wacht eens even — is dat hetzelfde meisje, waar de ruzie om ontstaan is ?"

„Neen mijnheer, de ruzie was om Dina, die toen dien avond nog verdronken is. Mijn meisje is Elsje Katrina.

„Mooi — gaat u maar weer verder over uw vriend."

„Ik ben met Rouke altijd goede kameraden geweest, wij hebben nog nooit iets met elkaar gehad. Hij gaat altijd zijn eigen gang, maar in het dorp had hij ook geen vijanden. Alleen toen Pauwe kermis is gaan houden met Dina, werd het hem te machtig, dat kon hij niet meer aanzien, hij had heelemaal op haar gerekend. Pauwe heeft Elsje Katrina ook lastig gevallen op de kermis, den eersten avond al, omdat ik niet met haar mee kon. Zij is door zijn schuld uit den zweefmolen gevallen, hij is er toen vandoor gegaan, maar Rouke heeft haar met haar vader naar huis gebracht. Zij mocht toen eigenlijk nog niet met mij loopen, maar na dat ongeluk liet haar vader het toe. Op den laatsten kermisavond hebben wij gewandeld, buiten het dorp, op den dijk kwamen we Rouke tegen, die weer naar Dina zocht. Zij was met Pauwe mee. Op den dijk zagen we ook Boer Volvers loopen, hij liep naar iemand te zoeken, Rouke is toen achter hem aangegaan.