is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweesprong

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rustig gaan zitten. Toen de jongen omkeek naar Elsje, zag hij haar doodsbleek naar Rouke staren, die zich niet langer goed had kunnen houden en met de handen voor de oogen in zijn bank zat, terwijl zijn schouders schokten. Zijn vader was weer opgerezen en keek onafgebroken naar den Officier, alsof hij verwachtte, dezen nog weer te zien opstaan om te zeggen, dat hij zich vergist had met zijn eisch en een lichtere straf wilde zien opgelegd. Niemand der achter hem zittenden maakte nu echter een aanmerking omdat hij was gaan staan, alleen de dienstdoende veldwachter op de tribune beduidde hem door gebaren, dat hij moest gaan zitten.

Toen Gerrit-Jan weer voor zich keek, zag hij Mr. Actrobius rustig en bedaard achterover geleund in de advocatenbank, als was er niets bijzonders geschied. Het gaf hem een laatste hoop ; hij had den advocaat tijdens het requisitoir enkele aanteekeningen zien maken. Maar tegenover deze laatste hoop stond een gevoel van ergernis en verschrokkenheid, zoo groot, dat hij niet naar de bank kon kijken, waarin Volvers met zijn zoon zat. Waarom werkte alles zoo samen, om het in hun voordeel te plooien ? God, het kon toch niet, dat Rouke voor zóó lang veroordeeld zou worden ?

Er was nog geen halve minuut na het uitspreken van den eisch door den Officier verloopen, toen de president van de rechtbank zijn hamer ophief en met luide stem tot Mr. Actrobius zei :

„Het woord is aan den verdediger."

De advocaat rees op in zijn bank, maakte een lichte