is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweesprong

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hier nog nooit samen geloopen, daardoor kreeg alles een boeiender aanzien. Zijn aandacht werd er even door verdeeld ; hij moest terugdenken aan hun eersten verkenningstocht in 't bosch, dit voorjaar, aan den Brabantschen kant.

„Vertel nu eens iets over je werk," vroeg Elsje nogmaals.

„M'n werk ? er is nog niet veel van te zeggen. Heel wat anders dan op teekenbureau van de glasfabriek, zooals eerst, 't Is nu veel meer constructiewerk en doodgewone uitslagen maken."

„Is 't vervelend werk ?"

„Misschien krijg ik wel gauw iets beters onderhanden. Aan wat ik nu doe valt niets te leeren voor me, dat is de grootste strop."

„En 't huis waar jullie wonen, is je moeder al op orde ?"

,,'k Geloof 't wel, er is natuurlijk nog van alles te doen ; we zitten er nog flink in den rommel. Ik heb er haar nog niet over gehoord, maar 't vorige huis vond ik heel wat geschikter. We zitten dicht bij den afsluitdijk, allemaal kaal, vlak land om ons heen. Het naaste dorp ligt een half uur verder."

„Zou je liever terug willen ?"

„Ja hoor, hoe eer hoe liever."

Zij voelde tegelijk, dat ze weer bij 't moeilijke punt waren gekomen. Het liet zich niet wegredeneeren.

Thans zocht de jongen naar iets om de nieuwe spanning te breken.

„Als 't me op den duur niet bevalt loop ik weg daar."