is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haghen den naam een onpraktische dichter en droomer te zijn, maar héétte daarbij nog altijd Billeman.

Het schrijven van den roman viel niet mee. Het was op zichzelf niet moeilijk, maar hij was zoo gauw uitgeschreven. Het kostte veel hoofdbrekens het vereischte aantal pagina's bijeen te krijgen, hoewel in het begin zijn onderwerp hem onuitputtelijk had toegeschenen. De roman speelde in de studentenwereld. De hoofdpersoon leidde dat begeerlijk leven van glorieuse débauche, dat Jean Frangois door het vermaledyde „Billeman" ontgaan was. Maar het was verwonderlijk in wat een klein bestek al deze droomen zich heten uitzeggen en welk een moeite het kostte toen nog wat anders te zeggen. Het ontbrak Jean Frangois niet aan wilskracht, als het er op aan kwam en hij zwoegde gewetensvol voort. Hij zuchtte van verlichting, toen de roman eindelijk af was. En signaleerde met

bravoure: André Fernhout.

Op de schrijfmachine van het stadhuis tikte hij zijn manuscripten over. De verwarring tusschen romanfragmenten en ambtelijke stukken was in deze periode verbijsterend ter secretarie van Heerenhaghen. Jean Frangois trok er zich niets van aan. Hij meende het moment nabij, waarop hij de gehate Billemanhuid en daarmee de functie van ambtenaar ter secretarie van Heerenhaghen achter zich zou laten om zich met het veel fraaier André Fernhout-vel te tooien.

Evenwel, de weg van het manuscript langs redactie's van tijdschriften en uitgeverskantoren bleek een lijdensweg. Telkens moest Jean Frangois na eindeloos wachten, na tallooze steeds boozer briefjes, in arren moede zijn geesteskind opeischen. Dan keerde het terug naar huis, telkens een beetje meer kreu-