is toegevoegd aan uw favorieten.

Een martelaarskroon voor Joris Praet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn zusters, ,,'t Is goed van je bedoeld, Cor, maar denk je, dat wij kralen kettingen dragen?” En met dat „wij" zinspeelde zij zoo duidelijk op den schat der haren en zonderde zich zoo kennelijk van hem af, dat nu toch ook Cor een kleur kreeg.

„Ja, jullie heb 'n hoop moois, dat is waar,” zeide hij. „Maar had dan ook es wat meegenomen. Ik weet best, dat er fijne spullen in jullie familie zitten, Steeffenie, dingen, daar wij niet an tippen kenne. Maar waarom kom je dan hier bij me ouwers met niks as zoo'n ring met 'n steen en dat ééne speldje? — Of vond je 't soms de moeite niet voor ons?"

— „Nee.” —

Het was een bewuste leugen en Stephanie loog anders nooit. En, vreeselijker nog, het was een bewuste leugen om bewust te wonden. Zij werd er koud van. Zij had wel willen roepen: „Corsje, Corsje... dat i s het niet, en mama weet er niet eens van.. Maar dat was ónmogelijk; zij kon niet op eenmaal klein worden. Zij liet hem kalm met den kaakslag staan en herhaalde haar hoonend „nee".

Cor Klaphek stond te trillen op zijn beenen, maar hij diende haar behoorlijk van weerwoord. „Goed, dat begrijp ik dan. Wij benne ook maar burgermensche en jullie benne van de deftigheid. Je moet niet denken, dat we geen standen kenne, Steeffenie. En Koos en ik, we zijn en we blijven burgerjongens, al dragen we nóg zoo'n fijn costuum; en die neefs van je en je ooms, dat blijven heeren, al loopen ze in der borstrok. Maar onderdehand, je zus en jij, je heb ons toch maar genomen."

Geen uur later, of 't was weer goed tusschen Cor en Phaantje. Zij vertelde van 't kistje in de kleerenkast. En Cor Klaphek vertelde, dat hij niet eens een burgerjongen, maar rechtevoort een kinkel was, zonder burgerfatsoen. De roze ketting werd dadelijk gekocht en Phaantje had niet gedacht, dat die zóó mooi zou zijn! Hij vond het nu heel verstandig, dat zij die erfstukken had weggesloten. En nu moest zij hem maar vergeven en die leelijke woorden van hem zien te vergeten. —