is toegevoegd aan je favorieten.

Tusschen potten en pannen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu maar een beetje gezellig wurm is,” ratelde Lot voort. „Zij zullen haar toch niet altijd zoo voluit noemen? Maar wat moet je er van maken, Gerry — Maine? Nee, dat is niks.”

„Nu, dat zal je daar wel hooren, misschien schrijft zij je van te voren wel een briefje. Zou jij haar ook niet een woordje schrijven Lot, lijkt mij wel zoo aardig.”

„Gunst Moeder, zoo’n wildvreemd kind? Wat moet ik daar nu aan pennen?”

„Kom, doe nu niet zoo kinderachtig 1 Ik zou het maar doen hoor, tenslotte ga je toch voor haar?”

Lot stemde zuchtend toe.

Een paar dagen later kwam het antwoord.

„Wat een onberispelijk Fransch!” kreunde Lot. „Wat zullen ze wel van mijn verward gehaspel gezegd hebben? Zij onderteekent werkelijk voluit — Germaine — Moeder en zoo’n innig net briefje 1 Oef, zou het een erg braaf kind zijn?” Lot keek benauwd.

„Hè, heb nu niet altijd dadelijk critiek. Ik vind het een heel correct, vriendelijk briefje en de Fransche jonge meisjes zijn niet zoo loslippig, als onze Hollandsche jeugd met hun woorden. Jullie verhaspelen je taal, dat het treurig is. Germaine komt juist van een kloosterschool en is daar bij de nonnetjes natuurlijk heel ingetogen opgevoed, dat moet je niet vergeten.”

„Nu, ik ben razend benieuwd hoe zij is. Stuurde ze maar eens een kiek, dan heb je tenminste een indruk.”

„Morgen heeft Vader een vergadering in Utrecht, Lot, dan moesten wij maar meerijden en in dien tijd boodschappen doen. Maak jij dan vanavond een