is toegevoegd aan je favorieten.

De snoek van Ventje

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OE SNOEK VAN VENTJE

het klonk niet al te vroolijk.

„In den handel moet men nu eenmaal een kwartje opgooien om een gulden te verdienen, antwoordde Bot. „Had u maar een flinken vijver achter uw huis met een betonnen bodem bijvoorbeeld. Als het zonnetje dan schijnt, komt zoon visch pas het best tot zijn recht."

„Ja, maar we hebben nu eenmaal geen vijver!"

„Ook geen kennissen met een vijver?" vroeg Bot.

Ventje en mevrouw schudden mistroostig het hoofd. Doch op hetzelfde oogenblik kreeg Luuk een schitterend idee! De vijver van de familie Lansdijk!

„Misschien weet i k een geschikt bassin voor den snoek," merkte hij op en vertelde met enkele woorden wat hij bedoelde.

Ventje gaf een hevigen klap op de armleuning van zijn stoel. Zijn gezicht straalde.

„Zie je wel! Ik heb het steeds gedacht, jij ben! de reddende engel. Dat vijvertje zal schitterend zijn en we moeten vergunning van je vriend zien te krijgen, Adolf er een paar dagen in te laten zwemmen. Die goudvisschen moeten dan maar wachten."

„Ja, het zou een idee zijn!" sprak Bot droog. „Enfin, ik hoor dan wel of 't doorgaat, nietwaar?

„Ik wil er zoo meteen nog wel even heen fietsen, bood Luuk gedienstig aan.

„Reuze kerel ben je!" prees mevrouw.

„Enne... bevindt die vijver zich nog al in een behoorlijke omgeving?" informeerde Bot op een toon alsof hij de omgeving waarin hij zich op dit oogenblik bevond niet naar zijn zin vond.

„Nou en of!" zei Luuk. „De familie Lansdijk heef! een pracht van een landhuis."