is toegevoegd aan uw favorieten.

De comedie der liefde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en vermanend te spreken. Juffr. Ekster mengt zich in het gesprek. Zwaanhilde staat er koud en zwijgend bij).

Valk (gaat na een kort nadenkend zwijgen naar het prieel en zegt in zich zelf).

Er straalde zekerheid uit hare oogen.

Dat ik maar g'looven kon als zij, zoo vast,

Dat mij de hemel . ..

Goudstad.

Neen, dat wil God niet!

Het ware, met respekt, ook al te dwaas Als zulke orders werden uitgevoerd.

Neen, weet u, wat bepaald u noodig heeft Is gymnastiek voor armen, beenen, lijf;

Lig hier niet naar het groene loof te staren Den lieven langen dag, hak liever hout.

En 't zou dan wel vervloekt gek moeten loopen,

Als binnen veertien dagen u niet was Bevrijd van al die malle dichterkuren.

Valk.

(k Sta als de ezel tusschen zware keus;

Ter linker lokt mij vleesch, ter rechter geest;

Wat zou wel hier de wijste keuze zijn ?

Goudstad (terwijl hij inschenkt). Eerst een glas punch, dat dorst en zorg verdrijft.

Mevr. Halm (kijkt op haar horloge). Maar "t is al haast acht uur; nu denk ik wel Dat wij den dominee gauw zullen zien. (staat op en reddert op de veranda ivat op).

Valk.

Wat? Hier een dominee?

Juftr. Ekster.

Ja, waarom niet?

Mevr. Halm.

Dat heb ik immers onlangs u verteld .. .

A n 11 a.

Neen, moeder, daar was mijnheer Valk niet bij.

Mevr. Halm.

Ja, dat is waar. Maar kijk maar niet zoo sip,

Want zijn gezelschap is hij dubbel waard.

Valk.

Och kom, wie is hij dan, die zoo gewensebte?