Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het heeft een oogenblik geschenen alsof de wet iets van hare onverbiddelijke gestrengheid zou verliezen. De door Leverrier gevonden afwijking in de beweging der planeet Mercurius zou verklaard zijn als men aannam dat de zwaartekracht, in plaats van omgekeerd evenredig te zijn met de tweede macht van den afstand, omgekeerd evenredig was met eene macht van den afstand , waarvan de exponent is 2'000 000 16. Ware dit zoo, dan zou daarmee natuurlijk geenszins het wezen der zwaartekracht verklaard zijn, maar het zou toch misschien voor de physici een vingerwijzing hebben kunnen geven , in welke richting de verklaring te zoeken was. Newcomb, die deze, oorspronkelijk van Asaph Hall afkomstige, hypothese overneemt, merkt op dat zij met de waargenomene beweging van geen der andere planeten in strijd is, dat echter de beweging van het perigaeum van de maan, die toen ter tijde (1895) theoretisch nog niet met voldoende nauwkeurigheid was berekend, een criterium zou opleveren. Sedert is deze berekening uitgevoerd — de methode welke daartoe gediend heeft zal verderop nog ter sprake komen — en het is gebleken, dat de waargenomene beweging met die, welke volgens de strenge wet van Newton berekend is, tot op de laatste decimaal overeenstemt. De hypothese van Hall moet derhalve opgegeven worden, en de wet van Newton is in hare ongerepte eenvoud hersteld.

Na deze uitweiding over de zwaartekracht kom ik terug tot mijn eigenlijk onderwerp, het parallelisme tusschen den ontwikkelingsgang der mathematische physica

Sluiten