Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zur Disciplinirung der sinnlich angelegten Mitglieder der Gemeinde '). Het vasten is een zeer oud godsdienstig gebruik. En gebruiken als dit danken hun ontstaan niet aan den wil van een praktischen leidsman, maar zijn niet den godsdienst geworden. Even weinig volgt uit Jes. 58, dat de gemeente ,.die Fasten gern wieder los gewesen waren", want niet liet vasten op zich zelf verdriet hen, maar het uitblijven van den zegen op deze handeling.

Wanneer .Jes. 58 werkelijk sprake is van een bepaalden op gezetten tijd terugkeerenden vastendag, dan zal men niet moeten denken aan den (of een der) vastendag(en) van Zach. 7 en 8, evenmin aan den verzoendag, maar aan den sabbath. De vs. 13. 14 aan 't slot van .Jes. 58 schijnen oppervlakkig geen verband te houden met het voorafgaande. Men houdt ze dan ook gewoonlijk voor een toevoegsel (Duhm, Marti), omdat er geen sprake is van vastdagen, maar van den sabbath; niet van werken der barmhartigheid, maar van rusten. Toch kan Jastrow gelijk hebben, wanneer hij Jes. 58 voor één geheel houdt en vastendag en sabbath met elkaar in verband denkt. Vooreerst wordt het nietrusten vs. 3 veroordeeld, wat zeer goed past bij het stellige gebod te rusten in vs. 13. En daar in voorafgaande verzen reeds voldoende gezegd is over de werken der barmhartigheid. is het zwijgen daarover van vs. 13, 14. hoewel vreemd, toch verklaarbaar. Wanneer men voor een oogenblik eens aanneemt, dat binten dit hoofdstuk om niets de meening in den weg staat, dat vastendag en sabbath hier vereenzelvigd moeten worden, dan zou Jes. 58 dit gevoelen krachtigen steun verleenen. Jastrow heeft dan ook in dien geest met dit hoofdstuk geargumenteerd. De kwestie van den sabbath, zijn herkomst en de wijziging van zijn karakter, is evenwel nog niet opgelost. Het onderzoek is juist in deze dagen in vollen

') Duhm in zijn comm

Sluiten