Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over eens, dat kinderen op den verzoendag niet vasten. R. Akiba staakte tijdelijk liet onderricht in het leerhuis, om de ouders in de gelegenheid te stellen hunne kinderen van voedsel te voorzien. Sjammai de Oudste wilde zijn zoon met één hand doen eten, maar men bepaalde toch, dat het voortaan met twee moest geschieden, Joma 8:4; T. J. Kipp. 5 : 2. In de tweede plaats: een zwangere, bij wie door de geur de lust tot eten is opgewekt (nmnc maiy), geeft men te eten, zoolang, tot het haar heeft verkwikt (nes: aiffna' ny), Joma 8:5. R. .Jehuda (t. w. b. R. Ilai), zegt, dat men datgene, waarin zij trek krijgt1), haar geeft op een staak2); heeft zij lust in therüma -1), clan geeft men aftreksel daarvan, T. J. Kipp. 5 : 4, vg. Joma 82a. ,,Zwangere en zoogende vrouwen vasten op den verzoendag"; T. Taan. 3 : 2. Ten derde: een zieke geeft men voedsel op aanraden van deskundigen; zijn dezen niet aanwezig, dan geeft men 't op verlangen, tot hij [de zieke] zegt: genoeg ("-i). Joma 8 : 5. Ten slotte: wien de geeuwhonger overvalt, geeft men zelfs onreine dingen te eten, tot er weder glans in zijne oogen komt (v;y nis1» iy), Joma 8 : 6. De Tosefta is op dit punt nog uitvoeriger. „Wien de geeuwhonger (DiöSa = flcu\t(40?) aangrijpt, geeft men het [telkens] geringere (^prO- Het mindere : hoe is dat te verstaan? Heeft hij nog niet vertiende vruchten(^ao) en sjebiïth4) voor zich, [dan geeft men] sjebiïth; nog niet vertiend koren en aas (n^'s:), dan aas; aas5) en tberüma, dan geeft men hem theruma te eten; therüma, en sjebiïth, dan laat men hem sjebiïth eten. totdat er glans in zijne oogen komt. Waaraan weet men, dat er glans in zijne oogen is (eig. dat zijne

') Andere lezing: wanneer zij trek heeft in Sjebiïth.

2) B'133; Ugolinus (Thesaurus t. p) vertaalde: „in calicem", en las dus ris (= di; ?).

*) nonn (lett. heffing) is het voor de priesters afgezonderde van velden boomvruchten. 4) jrjrar' = vruchten van het 7de of Sabbathsjaar.

5) Hier zeker wel: vleesch van een niet-ritueel geslacht dier, dat daardoor onbruikbaar is.

Sluiten