Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Stukken betreffende het verzet van den heer en de ingezetenen tegen het heffen van contributie door Drente over de heerlijkheid.

27. Brief van Joest Lewe c.s. aan 's konings rentmeester van Drente enz. Feico van Fbitema, betoogende dat Drente bij het toestaan eener bede in 1564 zich geenszins rechten aanmatigde over de heerlijkheid Ruinen. 18 Februari 1567.

1 stak.

NB. In dorso staat „Desser brieve sindt dre gelickes inholdts „geordinerth, daer die ene dem rendtmesther van Drenthe van „thogesandt isth, und untfanghen hefft. De andere hefft Roloiff „van Cloisther tho Rhebruggen perpetu» memorie ergo beholden. „Dit ist de derde etc."

Misschien is dus dit exemplaar bestemd geweest voor den heer van Ruinen.

Gedrukt bij Magnin, Geschiedkundig Overzigt, III, 1, blz. 307,

308.

28. Protest van den heer van Ruinen Hinbick van Munster en de gevolmachtigden van Ruinen en Blijdenstein bij 's konings kanselier en raden in Overijsel tegen de vordering van den fiscaal, dat de heerlijkheid zou moeten dragen in de van Drente geheven beden. 6 April 1568.

1 (lias)stuk (onvolledig).

NB. Het is niet zeker, aan welke lias dit stuk bewaard werd. Uit het feit, dat van het heerlijkheidsarchief van Ruinen geen liassen bekend zijn, zou men dit stuk afkomstig willen rekenen van een lias in de oude staten-archieven of van van Tongeren. Daaraan zou 't dan echter eerst tegen 1600 en vóór c. 1640 kunnen zijn gevoegd.

Zie 't vonnis bij Magnin, Geschiedkundig Overzigt, III, 1, blz.

309, 310.

29. „In dit ist copij van den dat de buren van 't Wolt nef„fens ire vulmacht hebben ingelacht anno 69 denn XHIIten Fe„bruarij". — Afschrift der conclusie van exceptie, door de buren van 't Wolt ingediend bij 's konings kanselier en raden in Overijsel tegen de conclusie van eisch van den fiscaal in zake

2

Sluiten