Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat is de toestand van de hedendaagsche beschaafde wereld. De menschen pochen op de rede en toonen ieder oogenblik, dat zij aan de rede toch niet genoeg hebben, en terwijl zij de openbaring Gods niet meer achten dan een kunstig verdichten fabel, door zekere kunsten geïnteresseerd worden, die een verstandig mensch met schouderophalen moest voorbijloopen.

Als gij de Handelingen van onze Staten Generaal in handen krijgt zult gij u zeker vergasten op een stuk vermakelijke lectuur. Onze Kamer is weder „om". De bezuinigings-amendementen van de rechterzijde zijn bijna allen verworpen en de Minister Heemskerk met den heer Wintgens schitteren in al hunne kracht.

Toch blijkt uit alles, dat de zaak der liberalen zwakker staat dan vroeger. Indien de heer Wintgens eens zwaar verkouden ware geweest en zijn kamer had moeten houden, ware er op het gebied van het onderwijs wellicht heel wat gebeurt, dat der liberalen zaak een gevoeligen knak had gegeven.

Buiten de Kamer hebben de menschen het maar voor 't zeggen, maar zij, die in de Kanier zitten, ondervinden ieder oogenblik dat een stuurman aan wal in eene andere positie verkeert dan een stuurman op het schip, dat tusschen rotsen en klippen door moet zeilen.

De Kamer is om, zooals ge weet was dit de jubeltoon, waarmede we elkander begroetten toen de uitslag der verkiezingen, tengevolge van Kamerontbinding bekend was. Maar met dat al is het land niet om. Libertijn of Calvinist was, van oude dagen af, de groote strijdvraag op de vaderlandsche erve. In de dagen van Prins Maurits werd de regeering Calvinist. Maar nu bijna honderd jaren heeft de Libertijn weder de hoogste macht in het land. En of nu de dag aanstaande is, dat de Libertijn weder plaats zal moeten maken voor den Calvinist, wordt door velen gehoopt en gevreesd, maar met eenige zekerheid kan niemand het zeggen.

Het blijft een worstelen, en de Staatkunde eischt nu bezuiniging. Het nioet er tegenwoordig, in alle kringen, „zuinigjes langs". De menschen zien zelfs zuinig. Ik voor mij ben het met hen eens, die beweren dat het eenige middel tot wezenlijke bezuiniging op het Staatshuishouden is : loslaten door den Staat van Kerk en School en volksopvoeding. Kon er zulk eene

Sluiten