Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze kwam nog juist bijtijds om haar helpster te vervangen. De kinderen liepen op haar toe.

„Daar is toch mevrouw!" en ze drongen in een blij troepje om haar heen.

Eén miste ze, Dientje Marks, het kind van de margrieten.

„Dientje moet hoesten," vertelde het zusje, „ze ligt ook in bed."

Tegen den avond, toen de lucht wat koelde, ging Elise haar kleine lieveling opzoeken.

Toen ze Marks' witte huisje zag schuilen tegen het dennenboschje, vol zonnigen schemer, precies als op den avond, toen ze met Hubertus er langs ging en Dina haar met de margrieten te gemoet sprong, kwam alles, wat ze samen besproken hadden weer duidelijk in haar op. Ze voelde de heerlijke geloofskracht van haar man, zijn taaie vasthoudendheid, als hij eens had aangepakt, die ongebroken bleef, waar haar enthousiastisch vuur nog slechts walmend smeulde.

Met zijn woorden richtte ze wat verslapt was in zich op.

„Hij zal uw hart versterken."

Marks was geen vreemde voor haar. Ze herinnerde zich den vorigen keer, toen de fabriek, waar Marks eiken dag heen liep, twee uur over de opene, heete hei, heen en terug, stop had. Daar verdiende hij met de vlugheid van zijn handen meer voor zijn gezin dan het wroeten in den dorren bodem hem kon opleveren.

Sluiten