Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontkomen — t valt niet licht met aan een ketting vastgeklonken rechterpoot rustig in den hof te leeren hinken, terwijl de wijnbergen en de groene heuvels in het gezicht zijn.

Wij stonden stil voor een huis, dat te hoog en te rank was om alleen te blijven staan. Het wachtte dan ook blijkbaar tot aan weerszijden een paar andere uit de tweede verdieping, waarbij zij waren blijven steken, zouden zijn opgegroeid. De ramen der bovenste verdieping waren daarom nog ten deele zonder glas. t Was een mager, onrijp huis. Een rij armzalige populieren begrensde het van achteren, maar van voren rees ter zijde van het door steenen en kalk vernielde gras, dat zich tot den weg uitstrekte, een groote, slanke accacia omhoog met een looverdak, een bladerenkroon zoo rijk en zwaar, dat hij een vergoeding mocht heeten voor het groen en de schaduw, die aan zijn naaste omgeving ontbraken. — Ik volgde haar de trap op. Zij liep haastig naar boven, een vrouw, die op een portaal stond voorbij. — „Wel, wel, is dat uitblijven; gij neemt het er van. Gij spreekt van één uur en blijft drie uur weg en laat Julie hier maar wachten, alsof zij niets beters te doen had. Voor mijn part had hij wakker mogen worden. Marian murmelde een woord van verontschuldiging en trad met mij haar eigen kamer binnen, daarmee alle verdere aanmerkingen buitensluitend.

t Was een kamertje niet veel grooter dan een graf en schier even naakt. Twee stoelen en een schamel bed, verder niets. Een muis zou er zich niet hebben kunnen verschuilen en een grooter geheim nog veel minder. Het venster, waarvoor geen gordijn hing, staarde u met zijn schrille oogen aan, u tartend een stap te doen, om iets te verbergen. Ik overzag het vertrek in een oogwenk, terwijl ik daar alleen met Marian stond. Alleen? Zij wierp haar hoed af. en trad met een zucht, alsof 't haar laatste was, naar het bed. Bedaard, behoedzaam, als raakte zij de schil aan eener

Sluiten