Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H O O F D S T U K L11.

Dr. A. Kuyper.

( Vervolg.)

Door zijn talentvol optreden werd in de eerste periode van zijn verblijf te Amsterdam de kracht van liet gereformeerd beginsel zoo versterkt, dat de gereformeerden tal van predikantsplaatsen met mannen van hun geest hadden kunnen bezetten. Reeds destijds schijnt het Dr. K. duidelijk te zijn geweest, dat zijn optreden tegen de bestaande organisatie tot eene botsing met de kerkelijke besturen zou leiden. Ten minste onder zijne leiding kwam eene vereeniging, «Beraad" genaamd, tot stand, waarin de met hem gelijkgezinden te zamen kwamen, om alle voorstellen, eer zij in den kerkeraad kwamen, te bespreken en de daartegenover aan te nemen houding vast te stellen. Men beraadslaagde tevens, 0111 maatregelen te nemen ter handhaving van de positie bij eventueele botsing met de hoogere kerkbesturen, zoo deze mocht voortvloeien uit een last van hoogerhand, tot den kerkeraad komende, om modernen als lidmaten in te schrijven. In 1873 bood Dr. K. den Anisterdamschen kerkeraad een ontwerp van een »modus vivendi" aan, waardoor orthodoxen, modernen en zij, die tot geen dezer twee groepen behoorden, onder gebruik en genot van stoffelijk goed, kerkelijk gescheiden zouden leven.

Den 1 April 1872 nam hij de redactie van de Standaard op zich en in 1874 werd hij door zijne verkiezing te Gouda lid der Tweede Kamer. Op het tijdstip van Groens dood in 187(j vertoefde hij wegens een zware krankheid in het buitenland. Slechts tot den 21 Febr. 1875 had hij zich aan den parlementairen arbeid kunnen wijden. Door overspanning was zijne gezondheid ondermijnd geworden. In nog geen 13 jaren had hij 38 geschriften over allerlei onderwerpen het licht doen zien. Gelukkig keerde hij in den zomer van 1877 aanvankelijk hersteld naar het vaderland terug. Hij nam zijn ontslag als lid van de Kamer. Voor een beroep naar Oosthein bedankte hij, evenals voor een tweemaal herhaald beroep naar Amsterdam. Hoewel reeds besloten naar Ridderkerk te vertrekken, ging hij ook daartoe niet over. Hij zou, sedert 1878 ook redacteur van de Heraut, zijne krachten wijden aan de oprichting van eene vrije universiteit en de Amsterdamsche gemeente niet meer dienen als predikant, maar wel als ouderling. Zijn pogen, om eene hoogeschool op te richten, vrij

Sluiten