Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevoel van sentimenteele liefde, van overdreven kinderliefde. Men vatte de zaak op, zooals men wil; maar Plato heeft een brokstuk van een gesprek tusschen Aspasia en Socrates over Alcibiades medegedeeld, dat geen volkomene en kuische onschuld van de zijde des wijsgeers in zich sluit. De vertaling is:

— Socrates, ik heb in uw hart gelezen; het klopt voor den zoon van Dinomachus en Clinias. Hoor, als gij wilt, dat de schoone Alcibiades u wederliefde betoont, let dan op den raad van mijn genegenheid...

— O verrukkelijk gesprek! roept Socrates uit, o vreugde!... Een klam gevoel heeft mijn lichaam doorloopen, mijn oogen vullen zich met tranen...

— Houd op met zuchten, brak zij af; doordring u met een verheven geestdrift; verhef uw geest tot de goddelijke hoogte der poëzie: deze betooverende kunst zal u de ziel openen. De zoete dichtkunst is de bekoring van het verstand; het oor is de weg naar het hart, en het hart is die naar het overige...

— Waarom weent gij, dierbare Socrates? Zal ze dan altijd uw hart storen, die liefde, die als de bliksem uit de oogen van een gevoelloos jongmensch geschoten is? Ik heb je beloofd hem voor je te vermurven.

Hoe moet men die liefde noemen van een man voor een opgeschoten knaap? De zedenmeesters hebben gezegd, dat de oorzaak van de tegennatuurlijke ondeugden der Grieken gezeteld was in zekeren omgang, dien zij zich als eerbaar veroorloofden, maar die hen noodlottig tot eerlooze handelingen moest voeren. De samenspraak der liefde, aan Lucianus toegeschreven, geeft een andere oorzaak aan de liefde vooi kleine jongens. Wij vinden inderdaad twee personen, die in

Sluiten