Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonden ze eerst eenige onderhandelaars naar baljuw en schepenen, om te trachten, op vreedzamen weg de gevangenen los te krijgen, onder belofte, „dat zij, de Volksvrienden, verder gaarne voor de rust en orde zouden zorgen !"

Tegelijkertijd echter stuurden deze zonderlinge rustbewaarders boden naar Den Haag, Delft, Gouda en Schiedam, om de Jacobijnsche clubs aldaar te hulp te roepen, naar het beruchte voorbeeld der Parijsche Gefedereerden eenige jaren te voren. — De onderhandelingen met de stedelijke autoriteiten moesten natuurlijk alleen dienen, om tijd te winnen voor den grooten algemeenen aanval.

Tegen twaalf uur keerden de afgevaardigden van 't stadhuis terug met een antwoord van baljuw en schepenen, dat niets dan een ronde weigering inhield. En de Volksvrienden, na hun verontwaardiging ruimschoots gelucht te hebben, gingen nu uiteen (daar toch ook de maag hare rechten deed gelden), maar spraken af, te zes uur weer allen samen te komen.

Wethouders en Raden echter gingen niet naar huis om te eten; zij besloten, dadelijk door te tasten. Eerst zonden ze een boodschap naar Den Haag, om nog twee eskadrons Hollandsche troepen aan te vragen. Daarna brachten ze de stad volledig in staat van beleg: alle poorten werden gesloten, alle schuiten in de vesten vastgelegd, zoodat niemand ongevraagd binnen kon komen. En nu werd een patrouille van zes Fransche huzaren en twaalf Rotterdamsche schutters naar de Delft-

Sluiten