Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal komen van patroons en werklieden. De industrieelen gaan de „lutte i outrance" opgeven; de strijd om het leven moet worden vervormd in algemeene samenwerking voor het leven. „Deze ontzaglijke vereenigingen, deze nationale en internationale syndicaten worden meer en meer machten die hun wil doen gelden in de gansche wereld, de economische, de politieke, ja ook de wetenschappelijke wereld." De redenaar had er kunnen bijvoegen: de kerk, want in een groot deel der Ver. Staten wordt geen dominee meer benoemd die niet welgevallig is aan de trusts.

Deze vereenigingen, gaat hij voort, zijn een publiek gevaar, als zij niet eene weldaad worden voor de gansche samenleving. De bestuurders moeten een hoog besef erlangen van hunne sociale missie.

Moet duurzaam het voordeel van de heerlijke uitvindingen dezer tijden ten bate van enkelen komen? Neen, zegt de redenaar en wederom spreekt hij zijn vertrouwen uit in de toekomst: „La conscience de 1'homme... s'oppose k eet étatde choses."

De loonarbeider komt in verzet; maar gesteund door de intelligentie van alle maatschappelijke klassen zal het een geestelijk verzet zijn van ontwikkelden, die overtuigd zijn dat er een remedie moet zijn voor de ellende, en vast besloten haar te vinden.

„Ce remède, nous le tenons."

Dit was het psychologisch moment van de rede. De heer Van Marken, bekwaam industrieel, idealist van jongs af, van gebleken goede intentie als weinigen, de man wiens economische overtuiging de correctie van dertig jaren practische ervaring in allengs grootere zaken heeft ondergaan, de heer Van Marken zeide: „Ce remède, nous le tenons."

Laat ik de pagina die thans volgt, vertalen, zij is een getuigenis van waarde, en den heer Van Marken zij gelukgewenscht dat hij haar eindelijk heeft afgelegd. Misschien was hij wel eens op den weg van denken, die naar socialistische

Sluiten