Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANTEEKENINGEN.

(1) De beteekenis van de tegenstelling tusschen het patriarchaat of liet vaderrechtelijk en het matrarchaat ot' het moederrechtelijk stelsel heb ik trachten uiteen te zetten in mijn boek *Het Recht in den Kring van het Gezin" (Rotterdam, D. A. Daamen, October 1900), waarvan de inhoud eerst verschenen is als een reeks van artikelen in het Christelijk Maandblad »Ons Tijdschrift" onder den titel "De patriarchale grondslag onzer samenleving."

(2) Het Hollandsche leenrecht huldigde dit beginsel door te bepalen, dat bij kinderloos overlijden de goederen terug gingen naar zoodanige bloedverwanten van de erflaten, die niet hem afstamden van de vroegere bezitters van het goed : Eerst als er geen zoodanige verwanten meer waren, konden de overigen rechten doen gelden.

i3) Opmerkelijk is het dat, volgens art. 1T>, alleen de uit prinses Carolina gesproten mansstam van Nassau-AVeilburg rechten kan doen gelden op den troon, terwijl volgens art. 22 wanneer een koning uit dat huis den troon mocht bestegen hebben, diens nakomelingen in de vrouwelijke lijn bij onstentenis van marisoir wèl de kroon kunnen erven. De eerstbedoelde beperking, indien zij werkelijk ook door het eenigszins anders geredigeerde art. 22 van de Grondwet van 1848 werd bedoeld, is te opmerkelijker, omdat het oude art. 21 zoodanige beperking niet behelsde, waar het gold de nakomelingen van een dochter van Willem V.

(4) De Engelsche troonopvolging laat de dochters van den laatsten koning reeds aan «le beurt komen, wanneer er geen zoons zijn. Zij sluiten hare ooms en neven uit, gelijk men heeft kunnen zien in het geval met koningin Victoria, wier vader broeders had, die hem overleefden. Een bezwaar tegen dit stelsel bestaat hierin, lat de leden van het vroegere stamhuis in een moeilijke en halfslachtige positie komen ; zij zijn van koninklijken bloede, maar bebooren niet meer tot een regeerend stamhuis, van het oogenblik dat de eerste uit het nieuwe stamhuis aan de

Sluiten