Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoorde het van anderen, dat de schout-bij-nacht Overstraten, die weduwnaar was, zijne zuster had voorgesteld bij hem te komen inwonen om zijne huishouding te besturen, en dat haar zoon op eene kostschool was gedaan om zich voor den zeedienst te bekwamen. Yoorts kwam er een nieuwe dokter, een man van middelen, die met een mooi schimmeltje vóór zijne calèche de patiënten bezocht, en wien de heer van Berehem niet roepen liet dan in de hoogste noodzakelijkheid, — en de Witgensteyn's waren vergeten. Door allen? Ook door die arme lijders, die hij zoo edelmoedig zijne trouwe hulp had verleend, al wist hij vooruit dat de rekening onbetaald zou blijven? Ook door de weduwen die hij vertroost, de weezen die hij versterkingen had toegevoegd; de heldhaftige kamper tegen het lot, die wist wat ontbering was, en die van het zjjne mededeelde zoolang hij kon? Wij willen hopen van neen; wij willen hopen ter eere der menschheid, dat er dankbare harten waren die zijne gedachtenis bewaarden, maar verzekeren kunnen wij het niet. Dit alleen weten wij, dat Eekbert Witgensteyn, toen hij adelborst was geworden en nog eenmaal zijne geboorteplaats bezocht, er nieuwsgierig werd aangegaapt door de dorpsbewoners, die hem niet meer herkenden; dat hij ook een bezoek op Dennenheuvel aflegde onder het achtbaar geleide van zijn oom den vice-admiraal, en dat de schatrijke eigenaar van dat buiten er toen niet aan scheen te denken, hoe hij aan den zoon eene schuld van vriendschap kon voldoen, die hij verzuimd had den vader te betalen. En de oom, die mogelijk met dergelijke bedoeling de visite kwam maken, was veel te hooghartig om er op te zinspelen en te doen uitkomen, onder welke bekrompen omstandigheden zijn neef de militaire loopbaan betrad. Hij zelf had zonen, die ook nog hunne carrière moesten maken, en al deed hij voor zijn neef wat hij moest, diens uitzichten waren alles behalve schitterend. Maar de heer van Berehem, hoewel hij den knaap genegen was geweest en behagen vond in den aankomenden jonkman, scheen over diens toekomst niet na te denken, daar het hem toch zoo licht zou zijn gevallen, daarover een goudglans te werpen. Slechts schonk hij hem, ten bewijze zijner welwillendheid, een prachtig gouden horloge, als souvenir voor een aspirant-officier zeker een

Langs een omweg. 4

Sluiten