is toegevoegd aan uw favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV

De Plichten van den Bibliothecaris in Nederland.

Was ia het buitenland bet toezicht op de kerkelijke boekerijen gewoonlijk toevertrouwd aan den sacristanus of thesanrcirius, of, bij ontstentenis van dezen, aan den custos ecclesia, en soms ook aan den cantor of aan den magister fabricae, binnen onze grenzen zal wel hetzelfde meestal geschied zijn, daar de genoemde personen immers krachtens hun ambt dagelijks de kerk moesten bezoeken en dus als van zelve ook voor deze functie waren aangewezen. Zooals van zelf spreekt was ook hier het ambt van bibliothecaris eener kerk een bijbaantje, dat weinig verplichtingen oplegde aan hem die 't bekleedde. De boekkamer der kerk toch was maar zelden voor iedereen toegankelijk: meestal liet men een flink aantal sleutels maken bij het slot van de deur die er toegang verleende, om die te verdeelen onder de geestelpen der kerk en sommige goede bekenden. ') En, de boeken waren geketend. Dus meende men, dat geen voortdurend toezicht noodig was. De bewaker van eene achter twee verschillende sloten geborgen boekerij, had dan ook weinig of niets te doen, zooals blijkt uit de bibliotheekverordening die in 1476 werd opgenomen onder de Statuten van 't Kapittel van St. Marie te Utrecht. Men oordeele:

„Anno LXXV1, die Veneris, VIII Novembris, hora capitulari, domini Johannes de Mokeren, vicedecanus, Hu. Boechout. Amerongen, Tyla, Noerd, Minnenprijs. HelmoDt, Hornse et Mouwer, statuerunt et ordinarunt circa librariam ecclesie nostre, quod custos debeat singulis diebus de mane post matutinas aperire eateriorem seram ejusdem, de vesperi, quando claudatur, eandem claudere, neque

i) Daarvoor dienden de 14 „pypsloetellen", die de kerkmeesters der Buurkerk lieten maken. Zie boven, bli., 102 en vergelijk 'tgeen hierachter medegedeeld wordt over de boekerij der St. Wnlburgskerk te Zutphcn.