is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als Roode Zee, tusschen Azië en Afrika, tot zij door Ras Mohammed, het Zuidelijkste punt van het Sinaïtisch Schiereiland, in twee stroomen gedeeld wordt. Als Sinus Aelanticus in Oostelijke richting gedreven, wordt haar al spoedig de voortgang onoverkomelijk belet door het gebergte van Akabah; en, als Sinus Heroöpoliticus, ten Westen van Sinai stroomende, stuit zij, bij Suez, op zand, dat haar eerst vergunt, nog een weinig voort te gaan, doch straks onverbiddelijk terug dringt. Teleurstellend. Na 1400 mijlen te hebben afgelegd, als in het bewustzijn eener gewichtige roeping tot een machtig doel, zich de bereiking daarvan onmogelijk gemaakt te zien, door een vlakken Isthmus, nauwelijks 7° mijlen breed! Doch de zee, die door aanhoudend beuken harer golven, rotsen doorboort, staat machteloos tegenover zand, dat hier den Oceaan van het Oosten tergend toeroept: Niet verder; geen toegang tot het Westen!

Wat dus door de natuur belet werd, zou dat door menscheiijke kunst mogelijk kunnen worden ?

Die zandheuvels daar, schuins tegenover Kolzum, van 5 tot 15 voet hoog, en bij ebbe duidelijkst zichtbaar, geven op die vraag een eeuwenoud antwoord. Zij toch zijn de overblijfselen der dijken van een kanaal, dat Farao Necho *), nu 2500 jaren geleden, heeft doen graven om de Roode Zee met de Nijl in verbinding te brengen, doch dat, schoon er groote schatten en 120,000 menschenlevens aan opgeofferd werden, niet tot voltooiing kwam. Andere vorsten na hem, o. m., de Perziaan Darius, de Romeinen Trajanus en Adriaan, de Arabier Amr ibn el-As, hebben de taak weer opgevat, en saamvloeiing van de Nijl met de Golf van Suez werd verkregen, zoodat, nabij de Pyramiden van Ghizeh, koren werd ingescheept op vaartuigen van Yemen, en de waren van het Oosten, te water, vervoerd werden naar Cairo. Doch directe vereeniging der

*) Sommigen ineenen, dat Seti I, of diens zoon Rameses II, een aanvang gemaakt heeft met liet kanaal van de Nijl naar de Golf van Suez, en dat Farao Necho, #00 jaar later, het werk, dat gestaakt was, weer opgevat heeft. Wie het kan, en er lust toe heeft, leze wat Strabo, Plinius, Aristoteles, Herodotus, Diodorus e. a. er over geschreven hebben; of, wat gemakkelijker is, leze de aanhalingen uit hun werken, op deze zaak betrekking hebbende, bij POCOCK, WJLKINSON e. a. Zeker is het, dat de oude Egyptenaren moeite noch kosten spaarden, in hun pogingen oin het kanaal tot stand te brengen. Zie illustratie op volgende bladzijde.