is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•chisme waren afkomstig van Thebaid, en de eerste kloosters werden gevestigd in de spelonken van Lybië. Strijders voor de waarheid als Athenasius, Zending-mannen als Pantaenus stonden op in Egypte; maar ook daar vermenigvuldigden zich de dwaalleeringen, en bijzonder daar bestreed men elkander, niet slechts met woord en pen maar, met het bloedigst zwaard. Dit bereikte zijn toppunt in den strijd, ontbrand uit de Monophysitische ketterij, toen M a 1 ek i e t e n, (de belijders der Orthodoxe leer van de Grieksche Kerk aangaande de beide naturen des Heilands), en Jakobieten, (de Monophysieten) elkanders bloed bij stroomen deden vlieten in hun streven, niet bloot voor de handhaving der door hen beleden leer, maar tevens om de politieke heerschappij. Al dieper zonk de Coptische Kerk *), nu in twee deelen gescheurd; en straks zóó diep, dat het zwaard van Mohammed, in de hand van Amru, niet te krom werd gerekend als bondgenoot in den strijd om de Christentegenpartij te vernietigen. Want wel daaraan toch is het toe te schrijven, dat de Monophysitische Copten zich, in 634—35, na een zweem van tegenstand, aan Amru onderwierpen, en de belijders van Islam hielpen tegen Heraclius, den Christen-keizer, om Egypte voor altijd van Konstantinopel los te maken.

Hartdoordringend zijn de stemmen uit het tijdperk, dat toen volgde. Had de Kerk van Egypte gemeend, door het zwaard, en door de kling van den valschen Profeet te kunnen overwinnen, zwaar heeft zij daarvoor geboet, naar het woord des Heeren, dat „wie het zwaard nemen daardoor zullen vergaan."

Niet slechts tegen Heraclius had Omar in Egypte gestreden, maar voor Islam. Wel was den Christenen toegezegd, volkomen vrijheid van Godsdienst; doch al spoedig deed zich de ijzeren vuist van Mohammed gevoelen, terwijl de Kerk van Egypte, die haar

*) Hoezeer de Coptische Kerk reeds vóór de komst van Amru in Egypte vervallen was, blijkt o. m. uit het treurig feit, dat de Coptische Gouverneur MUCOUCUS, op Mohammeds eisch, dat Egypte „den Islam zou aannemen," bemiddelend antwoordde, met toezending aan den valschen Profeet van kostbare geschenken en van twee Christen-meisjes, MAR1AN en haar zuster SHIRIN. Eerstgenoemde behield Mohammed voor zich zelf, en haar zuster gaf hij aan een zijner volgelingen. Marian baarde hem een zoon; waarop zij van concubine als vrouw van Mohammed erkend werd; haar zoon leefde slechts 18 maanden. Mohammed was bijzonder aan haar gehecht, en om haar had hij eens bijna aan al zijn andere vrouwen den scheidbrief gegeven. (Zie Koran, Sura LXVI).