is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bruisen harer golven vermoeid, zich ter ruste zou begeven; Oostwaarts, gloeiden de bergen van Judea, in het licht der avondzonne; en naar het Zuiden en Noorden, lag de stad met haar witte huizen en donker groene tuinen, haar kerken en moskeen, haar levendige straten en aangename buitenwijken, haar rotsvoet in zee en haar zandig strand, rechts naar Carmel en links naar Gaza, zich uitstrekkende — alles onder een wolkeloozen blauwen hemel, in de koele ure van den laten namiddag.

Dankbaar voor de persoonlijke kennismaking met de begaafde, edele dame, van wie deze Stichting is uitgegaan en die daaraan nog steeds haar krachten en teederste zorgen wijdt, en met de bede, dat op dit goede, veelbelovende werk steeds meer den zegen des Heeren rusten moge, nam ik, eerst tegen den avond, mijn afscheid.

Terugkeerende naar het hotel, passeerde mij een open, met drie paarden bespannen, rijtuig, waarin twee Engelschen en een dame gezeten waren. Tot mijn verwondering, hield het rijtuig stil, en kreeg ik de vriendelijke uitnoodiging om in te stappen en meê te rijden. Nu eerst zag ik, dat de beide Engelschen de predikanten uit Australië waren, met wie ik aan boord der „Mahallah" kennis had gemaakt, en vernam ik, dat de dame echtgenoote was van Graaf X, die naast den koetsier zat en te Jaffa woonde. Daar ik een introductie had aan den Zendeling Moritz Hall, wien ik wilde bezoeken, vroeg ik aan de dame of zij mij misschien diens adres kon geven? waarop zij mij, met Oostersche levendigheid mededeelde, dat zij een dochter was van .... Moritz Hall, en in Abyssinië geboren. Aanstonds daarop volgde een uitnoodiging om den avond door te brengen ten huize van den Graaf, waar ik Zendeling Hall dan zou ontmoeten. Wij maakten nu een rijtoer naar Sarona, een der Tempel-kolonies, ongeveer 3 kilometer van Jaffa gelegen, en keerden toen naar de stad terug, — nog juist in tijd voor den maaltijd in het hotel, die wat laat gehouden werd.

Tegen 8 uur des avonds, vergezelde ik de beide Australische predikanten naar de woning van Graaf X, waar alles half Oostersch, half Westersch was ingericht. Het huis is gelegen in een prachtigen tuin, en de geur der sinaasappelboomen, die door de open vensters binnendrong, was bijna overweldigend.