is toegevoegd aan uw favorieten.

Het huwelijksgoederenrecht in het Duitsche Burgerlijk Wetboek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 1400. Fiihrt die Frau einen Rechtsstreit oline Zustimraung des Mannes, so ist das Urtheil dem Wanne gegenüber in Ansehung des eingebrachten Gutes unwirksam.

Ein zum eingebrachten Gute gehörendes Recht kann die Frau im VYege der Klage nur mit Zustimraung des Mannes geltend rnachen.

171. Wanneer de vrouw zonder toestemming van den man een proces voert, dan werkt het vonnis niet tegenover den man wat haar ingebracht vermogen betreft. De vrouw kan dus een proces voeren zonder bijstand van den man. Ze heeft personam standi in iudicio. Ze kan procedeeren, zooals ze een overeenkomst sluiten kan. Maar evenmin als die overeenkomst, werkt het vonnis tegenover den man ten aanzien van het ingebrachte vermogen. En in geen enkel opzicht werkt het: niet alleen kan het vonnis niet geëxecuteerd worden op haar ingebracht vermogen zoolang de Verwaltungsgemeinschaft bestaat, maar in een nieuw proces over hetzelfde recht, nu door den man gevoerd met of zonder toestemming van de vrouw (c. f. § 1280), kan de exceptie van gewijsde zaak niet worden tegengeworpen.

Voor derden kan deze bepaling zeer bezwarend zijn. Weet hij niet dat hij met een getrouwde vrouw procedeert, dan is de derde in ieder geval de dupe, wanneer die vrouw geen Vorbehaltsgut heeft. Verliest hij 't proces, dan kan de vrouw op hem verhalen; wint hij het, dan mist hij op de vrouw alle verhaal, tenminste totdat de Verwaltungsgemeinschaft geëindigd is. Xu zal iemand die procedeert doorgaans wel weten of hij met een getrouwde vrouw te doen heeft, want het onderzoek naar naam en hoedanigheid is grondiger bij 't voeren van een proces dan bij 't sluiten van een overeenkomst. Maar het kan voorkomen, dat een vrouw gescheiden van haar man leeft en dat haar getrouwd-zijn maar weinig bekend is. Toch is de quaestie niet anders te regelen: de vrouw zou zonder § 1400 te veel kunnen ingrijpen in de rechten van den man, en in gevallen als deze moet de wet de zekerheid van den man stellen boven die van derden, omdat ze anders haar eigen systeem van huwelijksgoederenrecht zou afbreken. 1)

') Zie hierover beneden, no. 190.