Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vrouw met de karbonkelsteenen op eens schijnbaar in levende lijve voor zich had zien staan. Dat de verkleedpartij andere bedenkelijke gevolgen had meegebracht, dat vermoedde zij in de verste verte niet.

Al een half uur zat de doodelijk verschrikte huisknecht op een bank in de keuken. Nog waren de knikkende knieën niet in staat het trillende lichaam te dragen en de anders blozende wangen bleven nog altijd doodelijk bleek. De heele keuken rook naar spiritus. „Niets helpt beter voor den schrik," had Barbe gezegd en had hem daarmee overdruppelde suiker in den mond gestoken, den armen jongen heen en luisterde al griezelend naar zijn verhaal, het eene stuk voor het andere na. Het keukenpersoneel stond om

„Neen, neen, neen, duizend malen neen !" herhaalde hij voor den twintigsten keer misschien, „ik raak haar niet weer aan, voor geen geld van de wereld! Zij kan zelf zien, hoe zij weer aan den muur komt te hangen... Ik en iets breken! Mijn pijpekop heb ik nu al veertien jaren, laat er iemand komen die zien zal, dat er een scherfje af is! Wijs mij een bord, een glas, een karaf, Barbe, die ik bij het dragen of afdrogen gebroken heb! Gij kunt niet, met den besten wil van de wereld niet!" En daar vliegt me die vaas zoo pardoes uit de handen! Ik kreeg een heimelijken stoot achter tegen mijn ellebogen en krak, daar lag het ding aan gruzelementen op den grond ! Dat was de straf van het booze wijf, omdat ik haar van hare plaats had genomen ! Ik dacht het al dadelijk en ik wilde het niet doen. De kamer wordt toch niet behangen, juffrouw, zei ik. Het portret kon wel blijven hangen ! Maar jawel, juffrouw Sotie gelooft aan niets, het beeld moest er af en zou er af en .... en ik krijg er de straf voor! En toen zij later op mjj afkwam, uit de lijst van de schilderij, toen dat groene kleed ruischte en bruischte over de steenen, toen die karbonkelsteenen haar aan het voorhoofd fonkelden, alsof het kolen vuur uit de hel waren, toen dacht ik : „met u is het gedaan en voor goed gedaan ook." Gelukkig heb ik de deur nog net kunnen pakken. Met een smak is zij achter mij dichtgeslagen, maar op de trap was het mij nog net, of een ijskoude hand mij in den nek had gegrepen."

„Gekheid, Frederik ! Op de trap kon zij u niets meer doen, want zij kan niet over den drempel van den gang komen," zei Barbe, terwijl zij hem nog een stukje suiker gaf. „Zoo, neem nu nog een klein borreltje, dan raakt ge weer op de been! En laat mij u zeggen, de heele zaak blijft onder ons. Boven gelooven zij er toch geen woord van, ook al kregen zij het zwart op wit

Sluiten