is toegevoegd aan uw favorieten.

Vragen en opgaven bij de Meetkunde voor aanstaande onderwijzers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de driehoek in vier deelen wordt verdeeld. Hoe verhouden zich die deelen ?

12. Verdeel een vierkant in vier gelijke deelen, door uit een der hoekpunten lijnen te trekken.

13. Verdeel een trapezium in twee gelijke deelen, door een lijn evenwijdig aan een der beenen te trekken.

14. Verdeel een parallelogram in drie gelijke deelen, door lijnen uit een der hoekpunten te trekken.

15. Verdeel een cirkel in drie gelijke deelen.

XVIII. VEELHOEKEN IN EN OM DEN CIRKEL

1. In en om een cirkel, welks middellijn 4 cM is, heeft men een vierkant beschreven. Bereken de oppervlakken van die vierkanten.

2. In en om een vierkant, welks zijde 4 cM is, heeft men een cirkel beschreven. Bereken de stralen van die cirkels.

3. In een cirkel, welks middellijn 4 cM is, heeft men een regelmatigen zeshoek beschreven. Hoe groot is die zeshoek ?

4. Bereken de zijde van een gelijkzijdigen driehoek, beschreven in een cirkel, welks straal 3 cM is.

5. In en om een cirkel heeft men een gelijkzijdigen driehoek beschreven. Hoe verhouden zich de zijden van die driehoeken ?

6. In en om een gelijkzijdigen driehoek heeft men cirkels beschreven. Hoe verhouden zich de stralen van die cirkels ?

7. Van een regelmatigen zeshoek is de zijde 2 cM. Bereken het oppervlak.

8. Een gelijkzijdige driehoek en een vierkant hebben gelijke oppervlakken. Hoe verhouden zich hun zijden?

9. In een zeshoek, welks zijde 3 cM is, trekt men uit een der hoekpunten de diagonalen, waardoor de zeshoek in 4