Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Van een bol is de middellijn 1,4 dM. Bereken de oppervlakte en den inhoud.

3. In een kubus is een bol beschreven. Hoe verhouden zich hun inhouden?

4. In een bol is een kubus beschreven. Hoe verhouden zich hun inhouden?

5. Van een bol is het oppervlak 1,54 dM'-. Bereken den inhoud.

6. Van een bol is de inhoud 38,808 cM3. Bereken de oppervlakte.

7. Van een kegel is de hoogte = de middellijn van 't grondvlak = a cM. Van een bol is de middellijn ook a cM. Hoe verhouden zich de inhouden van beide lichamen ?

8. Van een cilinder is de hoogte = de middellijn van 't grondvlak = a cM. Hoe verhoudt zich zijn inhoud tot dien van een bol, welks middellijn ook a cM is?

Sluiten